Twentse coureurs kunnen geen potten breken in Hengelo

  zondag 05 juni 2011 | 19:16 | Laatst bijgewerkt op: zondag 05 juni 2011 | 19:23

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Nummer 58, Cliff Koots. Foto: René Banierink

Nummer 58, Cliff Koots. Foto: René Banierink

Nummer 17, Lesley ten Tusscher. Foto: René Banierink

Nummer 17, Lesley ten Tusscher. Foto: René Banierink

Nummer 11, Bas Winkel. Foto: René Banierink

Nummer 11, Bas Winkel. Foto: René Banierink

1/3
start playing the slideshow

HENGELO – De Twentse coureurs die zondag deelnamen aan de wegraces op het circuit van Hengelo (G) hebben geen potten kunnen breken. Bas Winkel uit Vriezenveen bleef bij de Dutch Superbikes steken op een achtste plek. In de Dutch Supersport pakte Lesley ten Tusscher met een veertiende plek nog net twee puntjes mee, terwijl debutant Cliff Koots weer wat extra ervaring opdeed met het racen op een stratencircuit en twintigste werd.

Met name Bas Winkel was een teleurgesteld mens zondagmiddag. De rijder, die ook gesteund wordt door het MRTT, beschouwt het stratencircuit toch een beetje als zijn thuishaven en had in zijn laatste raceseizoen zijn zinnen gezet op een podiumplek in Hengelo. Bij de vrije trainingen op Hemelvaartsdag zat hij keurig op schema. “Maar ik wilde toch nog iets harder want de tijd was weer niet snel genoeg om echt mee te kunnen doen, ook al is Arie Vos momenteel een klasse apart.” Hij besloot wat dingen aan zijn Honda te veranderen in overleg met de technici van Ten Kate Motoren maar dat leverde zaterdag in de trainingen een averechts effect en slechts een achtste plek op de starting grid op. “We waren teveel doorgeschoten een bepaalde kant op. Dat hebben we daarna weer aangepast voor de race.” Bij de warming-up zondag, die op een halfnatte baan werd verreden, had hij het gevoel dat het goed zou uitpakken.

Maar in de race bleek daar weinig van. “Het ging wel beter maar nog niet optimaal.” Na een mindere start lag hij nog wel even op plek zes maar die moest hij al snel weer prijsgeven. Daarna reed hij tamelijk eenzaam zijn rondjes totdat uit de achterhoede opeens Peter Schalken opdook. In de laatste ronde kroop hij steeds dichter naar het achterwiel van Winkel. “Ik wist dat mijn achterband in de laatste ronde op zou zijn. Hij passeerde me daardoor al een keer in een haakse bocht maar in een snelle chicane kwam ik hem weer voorbij.” In de allerlaatste bocht, de karakteristieke molenbocht, zette Schalken zijn machine ernaast, Winkel leek de aanval af te slaan maar werd op de meet alsnog afgetroefd omdat hij te ver naar buiten ging. Een achtste plek was zijn deel en dat was niet wat hij zich er van had voorgesteld. “Nee, dit is een tegenvaller, al moet ik door alle problemen tevreden zijn met die achtste plek. Volgende week is Oss. Daar stond ik vorig jaar op het podium. Dan moet het nu daar maar weer gebeuren.”

In de Dutch Supersport wilde Lesley ten Tusscher, net als eerder in het seizoen, vechten voor een plek bij de eerste tien, ook al zijn stratencircuits niet zijn grootste hobby. “Het is veel hard remmen voor een haakse bocht en weer hard optrekken naar de volgende haakse bocht. Ik kom het best tot mijn recht op stuurcircuits met snelle bochten. Maar de Hamové hier doet er zoveel voor om het circuit te verbeteren dat ik vind dat je hier moet rijden.”

Aanvankelijk ging dat heel behoorlijk totdat hij na een paar ronden problemen kreeg met zijn versnellingsbak. “Bij het terugschakelen kwam hij steeds tussen de versnellingen in te zitten waardoor hij niet meer afremde op de motor. Daardoor verloor ik tijd in de bochten. Ik heb het een paar ronden rustig aan gedaan en daarna ging het wel weer. Maar toen was de rest gevlogen en kwam ik in niemandsland te rijden. Gelukkig heb ik nog een puntje en heb ik de boel heel gehouden.”

Dat gold ook voor de jonge Cliff Koots uit Goor die dit jaar zijn debuut maakt in de Dutch Supersport. Zijn doel is veel leren en dat kan ook heel erg goed op een stratencircuit als in Hengelo. “Ik heb hier vorig jaar voor het eerst gereden in de KNMV cupklasse. Het is heel anders dan een permanent circuit. Elke bocht is hier bijna een blinde bocht omdat de baan eigenlijk lager ligt dat het gras.”

In de race kwam daar nog een ander probleem bij. “Ik had veel last van mijn onderarm. Als ik veel kracht zet, zwellen mijn spieren op en wordt de ader afgeknepen. Ik had op het laatst daardoor geen kracht meer in mijn hand.”

In onze krant van maandag een verhaal over racen op een stratencircuit

Reageren