ENSCHEDE - Het fietsgebruik voor verplaatsingen in de stad is de laatste jaren gedaald. De fietsbeleidsnota die eraan komt, bevat een breed pakket van maatregelen. Steeds meer klachten bij Fietsersbond over onveiligheid.
Steeds minder Enschedeërs pakken de fiets. In de periode 2003-2009 liep het fietsgebruik voor verplaatsingen tot 7½ kilometer terug van 37 naar 33 procent. Met name voor korte ritjes in de stad wordt al heel snel (56% van het totaal) de auto gepakt. Om het tij te doen keren, wil de gemeente nog dit jaar een fietsbeleidsnota presenteren. Een breed pakket van maatregelen moet ervoor zorgen dat het aantrekkelijker en veiliger wordt om de fiets te pakken.
Het nieuwe beleid is er niet direct op gericht het autoverkeer te ontmoedigen. De bedoeling is vooral het fietsgebruik te stimuleren. Opvallend is dat meer fietsers dan automobilisten gebruik zijn gaan maken van de HOV-lijnen in de stad. De gemeente hoopt op een positief effect van het Verkeerscirculatieplan Binnensingelgebied, waar nu aan gewerkt wordt.
Dat het fietsklimaat in Enschede er niet aangenamer op is geworden, komt voor de Fietsersbond niet als een verrassing. Bij deze organisatie komen heel veel klachten binnen over fietsonvriendelijke situaties. Erg slecht scoren de Zuidlus (achter V&D) en de Molenstraat. „Op beide straten rijden veel te veel auto’s”, meent voorzitter Wim Koolhoven. „De enige oplossing is: auto’s er af, alle ruimte voor fietsers en maatregelen tegen sluipverkeer in de wijk.”
Fietsers blijken zich, volgens Koolhoven, niet veilig te voelen op de drukke Molenstraat. Het kruispunt met de Deurningerstraat en de Korte Hengelosestraat richting het Stationsplein wordt als onoverzichtelijk, onduidelijk en zeer onveilig gezien. Auto’s rijden op de Molenstraat te hard en het is er veel te druk. „De Molenstraat, het verkeersriool van de stad, is een snelle oost-westverbinding en trekt te veel autoverkeer. De straat is een soms onneembare barrière tussen het gebied ten noorden van het spoor en de binnenstad.”
De Zuidlus (officieel de Mooienhof) is volgens Koolhoven misschien nog wel een graadje erger. Bij de inrichting van de beide rijbanen langs de busbaan is gekozen voor gebruik door fietsers en door een beperkt aantal auto’s. De praktijk pakt anders uit. Het is een populaire en drukke sluiproute geworden voor auto’s. Fietsers voelen zich in het nauw gebracht en kiezen liever voor de route over het Van Heekplein. „Op de Zuidlus worden ze opgejaagd door ongeduldige automobilisten, die soms toeteren als een fietser niet pal langs de straatrand rijdt. Het is er voor fietsers levensgevaarlijk.”
Dat de inrichting van de Zuidlus, zo’n tien jaar geleden, is mislukt wordt ook door de gemeente erkend. Welke plannen er de komende tijd ook worden ontwikkeld voor het verkeer binnen de singels, de Zuidlus zal hoe dan ook aangepakt moeten worden. De route moét aantrekkelijker worden voor fietsers.
Koolhoven vindt ook dat fietsers in Enschede minder in de belangstelling staan dan een paar jaar geleden. Er komen bij de Fietsersbond klachten binnen over het onderhoud van de fietspaden en over de lange wachttijden voor fietsers bij verkeerslichten. Dat laatste dreigt voor fietsers op sommige singeldelen nog te verslechteren. Als door afsluiting van de Molenstraat de Lasondersingel nog drukker wordt en het aantal auto’s in de spits stijgt tot 1600 per uur loopt het verkeer hier vast. Alleen door fietsers minder vaak voorrang te geven bij het oversteken van de singel kan het verkeer nog enigszins doorstromen. Dat maakt het fietsen wel weer onaantrekkelijker.


Sorteer reacties






















