Het lijkt wel of het stelen van fietsen net zo normaal is als het uitbreken van de nationale schaatskoorts bij de eerste vriesnacht van 0,1 graden onder nul. Maar dat is het niet. En soms wil zelfs niet eens iemand met je bike aan de haal. Dat weet ik uit ervaring na het stallen van een lokfiets.
Hoe gek moet je zijn om een karretje bewust ter diefstal aan te bieden? Nou,
een beetje misschien. Allereerst moet je zo’n van de normaliteit afwijkend
idee krijgen. De gangbare mening is toch dat we met alle macht proberen
diefstal van ons stalen ros te voorkomen.
We slepen ‘m drie trappen op om ‘m in de hal van onze flat te kunnen
stallen. We karren hem ’t bedrijf binnen bij de avonddienst en we geven een
vermogen uit aan kettingen en sloten om het karretje aan de aarde vast te
maken en schaffen bewakingscamera’s aan om ‘m ook tijdens toiletbezoek in de
gaten te kunnen houden. Desnoods graven we er een antitankgracht omheen.
Het is dan ook vrij apart om je best te doen je fiets te laten stelen. Dat
experiment voerde ik ooit uit toen ik een reportage schreef over
fietsendiefstal. Ik benaderde mijn vaste fietsenmaker Landewe uit Enschede
om medewerking bij het stallen van een lokfiets. Het was een wild idee, ik
geef het toe. Maar tot mijn verbazing belde hij niet het psychiatrisch
ziekenhuis met het verzoek enig stevig geproportioneerd personeel met een
dwangbuisje of twee langs te sturen, maar zag hij de gein er wel van in.
Dat was mooi, want als het karretje gestolen zou worden, zat hij met het
schadebedrag en ik met en fraaie story voor de krant. Wim Landewe greep een
mooie occasion van een honderdje of twee uit de voorraad en gezamenlijk
togen we naar het Enschedese station dat bekend staat als het
fietsonveiligste plekje . We zetten het karretje tussen de andere fietsen en
gingen ons weegs.
Nou leek het mij natuurlijk het mooiste voor het verhaal als de fiets binnen
een kwartier of zo verdwenen zou zijn. Maar de wens bleef lange tijd de
vader van de gedachte. Er gebeurde niets. Ook niet na een half uur, twee
halve uren, een middag, een avond en een nacht. Aanvankelijk ging ik elk
half uur kijken en ik kan u verzekeren dat mijn conditie er met sprongen op
vooruitging. Later werden het uren en toen dagdelen.
Omdat het vermaledijde karretje maar niet gestolen werd, besloot ik van
tactiek te veranderen. Ik zette de fiets van het slot en nam op ontroerende
wijze afscheid. Maar de volgende ochtend stond ie d’r nog.
Ik sleepte het rijwiel toen maar naar het Van Heekplein, maar ook daar liep
de bike geen enkel gevaar. Bij de bieb dan maar? Moederziel alleen stond ie
daar, jatklaar. Geen liefhebbers.
De week was om en ik concludeerde dat het nogal meeviel met de
fietsdiefstallen in Enschede. De fiets ging terug naar Landewe die ‘m
begroette als de verloren zoon. Ooit is er van hem een fiets gestolen. Een
zelfgebouwd exemplaar. Daar is ie nooit helemaal overheen gekomen.


Sorteer reacties











