Pak een Nederlander z’n fiets af en hij voelt zich als de je-weet-wel kater uit de strip Jan, Jans en de kinderen. Er mist iets wezenlijks, ook al kun je er wel zonder leven. Dat idee. Er zijn meer rijwielen in ons land dan mensen: 19 miljoen fietsen voor 16 miljoen inwoners. Ons volkje is aan het stalen ros verknocht. En in Enschede waar ik woon, kun je gewoon niet zonder. Nou ja, tenzij je op de singel constant in de file wilt staan.
Toen mijn rijwiel gestolen was, ging ik dus dezelfde dag nog op zoek naar
een vervangend vervoermiddel. Een gesprek met mijn vaste fietsenmaker leek
me de beste oplossing. Die zou zijn klant zeker niet in de kou laten staan.
En dat klopte. Schrijnend genoeg kwamen de mogelijkheden er nogal routineus
uit. De fietsenmaker wordt nu eenmaal net zo vaak met fietsendiefstal
geconfronteerd als een hond met vlooien. Ik legde hem de situatie uit. ,,En
nou wil je een nieuwe fiets,’’ zei hij daarna begripvol. Nou, en dan werkt
het zo.
Je kunt de nieuwe fiets kosteloos weer inleveren als je oude binnen veertien
dagen weer opduikt. Wordt ie binnen een half jaar gevonden, dan lever je de
ouwe fiets in en krijg je de inruilwaarde. Zo lang je moet wachten op je
nieuwe fiets, krijg je van ons een leenfiets.’’ Dit gespreide
bedje luchtte me op. Probleem voorbij en een mooie oplossing in zicht.
Met de verkoper ging ik mijn wensen langs. Ik wil een goede kwaliteit fiets
met verende voorvork, verend zadel, zeven versnellingen, naafdynamo en
dichte kettingkast. Net als de fiets die van me gestolen was. Hetzelfde type
stond in de winkel, maar dan een paar jaartjes jonger. Maar om een goede
keuze te kunnen maken, liet de verkoper me meer rijwielen zien. En
natuurlijk ook het exclusiefste model. ,,Het neusje van de zalm, meneer. Als
u hier eenmaal op hebt gefietst, wilt u nooit meer iets anders.’’
Dat wilde ik meemaken en een proefritje was zo geregeld. De verkoper had nog
gelijk ook. Wat een souplesse had dit karretje, geruisloos, comfortabel,
mooi, perfect afgewerkt, maar wel een kleine 400 euro duurder dan mijn
vorige rijwiel. Maar ja, troostte ik mezelf, had ik na alle ellende
eigenlijk niet zoiets moois verdiend?
De verkoper wist precies hoe hij me verder moest bewerken. En wachten of
weken trappen op een kale leenfiets hoefde ook al niet. ,,Deze kan ik direct
voor u klaarmaken.’’ Was dat even mooi. Zo heb je niets, zo een nieuwe fiets.
Toen ik ermee naar huis reed wilde het geluksgevoel dat me anders bij een
nieuwe aankoop overvalt, maar niet komen. Ik had de voorpret van het
uitzoeken, het kijken en vergelijken en het toeleven naar een nieuw rijwiel
gemist. Ook dat was me door toedoen van de fietsdief afgenomen. Bah!
Hennie Talens














