Blog: D-i-e-f-s-t-a-l!

  vrijdag 02 januari 2009 | 10:31

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

Nou, daar sta je dan. Buiten op de stoep van het politiebureau na de aangifte van fietsdiefstal. Beetje Remi, alleen op de wereld. Ontdaan, onthand, zonder fiets. Lopen naar huis om daar eens rustig te kijken of de schade nog ergens op te verhalen valt.


Hoewel ik de schoenendoosmethode hanteer voor mijn administratie, heb ik de polis nog redelijk snel gevonden. Ik heb voor mijn destijds nieuwe fiets keurig een verzekering afgesloten. Voor negen tientjes, drie jaar lang.


Maar wat blijkt? De fietsverzekering is net drie maanden afgelopen. Goede raad kostte maar een paar cent toen ik mijn tussenpersoon belde om dan maar aanspraak te gaan maken op de inboedelverzekering. Al te gerust was ik niet op een goede afloop. Want je leert een verzekering pas kennen als je er een beroep op doet.


Mijn tussenpersoon betoonde eerst zijn medeleven en overhoorde me vervolgens professioneel. Waar de fiets stond? Op een speciaal plekje voor fietsen in de afgesloten parkeerkelder. Dus niet in je persoonlijke berging? Nee, in de afgesloten en voor niemand, he-le-maal nie-mand, zonder sleutel of zendertje toegankelijke parkeerkelder.


Of de garagedeur dan was opengebroken? Nee, daar was niks aan te zien. Dus iedereen kan zomaar binnen komen? Nee, want?..


Ik voelde de conclusie, zij het op kousenvoeten, al aankomen. Hij gaf me weinig kans. Zonder sporen van braak –wat niks met overgeven te maken heeft- zit een schadevergoeding er niet in.


,,Nou ja, zeg,’’ reageerde ik. ,,U loopt een beetje achter op de werkelijkheid. Het ontbreken van inbraaksporen is toch echt een achterhaald standpunt in deze tijd waarin een beetje technisch student met een aangepaste afstandsbediening van z’n flatscreen de ov-chipkaart kan kraken. Of zich met een Bijenkorfpasje toegang kan verschaffen tot elke willekeurige doorzonwoning. Mijn fiets – en die van vier buren – is gestolen. Diefstal, dus. Met hoofdletters. DIEFSTAL. Moet ik het even spellen? D-i-e-f-s-t-a-l!’’


De tussenpersoon vond mijn standpunt nogal onredelijk. Ook wilde hij niks ondernemen uit coulance. ,,Dat is voor sinterklaas spelen.’’ Ik begreep opeens wat zijn beroep inhoudt: comfortabel tussen twee vuren zitten. Dan weer eens op de stoel van de klant, dan weer eens op die van de verzekeraar. Een mensgeworden kameleon dus. Een riet dat naar elke windrichting buigt. Dat zoiets een vak kan zijn.


Ik begin daarom maar voor mezelf en word m’n eigen tussenpersoon. Er is een persoonlijke brief met mijn grieven op weg naar het hoofdkantoor van mijn verzekeraar. Die zal iemand die 30 (!) jaar premie heeft betaald toch niet in de kou laten staan? Of weet u meer dan ik?


Hennie Talens

Reageren