Nou, daar sta je dan. Buiten op de stoep van het politiebureau na de aangifte van fietsdiefstal. Beetje Remi, alleen op de wereld. Ontdaan, onthand, zonder fiets. Lopen naar huis om daar eens rustig te kijken of de schade nog ergens op te verhalen valt.
Hoewel ik de schoenendoosmethode hanteer voor mijn administratie, heb ik de
polis nog redelijk snel gevonden. Ik heb voor mijn destijds nieuwe fiets
keurig een verzekering afgesloten. Voor negen tientjes, drie jaar lang.
Maar wat blijkt? De fietsverzekering is net drie maanden afgelopen. Goede
raad kostte maar een paar cent toen ik mijn tussenpersoon belde om dan maar
aanspraak te gaan maken op de inboedelverzekering. Al te gerust was ik niet
op een goede afloop. Want je leert een verzekering pas kennen als je er een
beroep op doet.
Mijn tussenpersoon betoonde eerst zijn medeleven en overhoorde me vervolgens
professioneel. Waar de fiets stond? Op een speciaal plekje voor fietsen in
de afgesloten parkeerkelder. Dus niet in je persoonlijke berging? Nee, in de
afgesloten en voor niemand, he-le-maal nie-mand, zonder sleutel of zendertje
toegankelijke parkeerkelder.
Of de garagedeur dan was opengebroken? Nee, daar was niks aan te zien. Dus
iedereen kan zomaar binnen komen? Nee, want?..
Ik voelde de conclusie, zij het op kousenvoeten, al aankomen. Hij gaf me
weinig kans. Zonder sporen van braak –wat niks met overgeven te maken heeft-
zit een schadevergoeding er niet in.
,,Nou ja, zeg,’’ reageerde ik. ,,U loopt een beetje achter op de
werkelijkheid. Het ontbreken van inbraaksporen is toch echt een achterhaald
standpunt in deze tijd waarin een beetje technisch student met een
aangepaste afstandsbediening van z’n flatscreen de ov-chipkaart kan kraken.
Of zich met een Bijenkorfpasje toegang kan verschaffen tot elke willekeurige
doorzonwoning. Mijn fiets – en die van vier buren – is gestolen. Diefstal,
dus. Met hoofdletters. DIEFSTAL. Moet ik het even spellen? D-i-e-f-s-t-a-l!’’
De tussenpersoon vond mijn standpunt nogal onredelijk. Ook wilde hij niks
ondernemen uit coulance. ,,Dat is voor sinterklaas spelen.’’ Ik begreep
opeens wat zijn beroep inhoudt: comfortabel tussen twee vuren zitten. Dan
weer eens op de stoel van de klant, dan weer eens op die van de verzekeraar.
Een mensgeworden kameleon dus. Een riet dat naar elke windrichting buigt.
Dat zoiets een vak kan zijn.
Ik begin daarom maar voor mezelf en word m’n eigen tussenpersoon. Er is een
persoonlijke brief met mijn grieven op weg naar het hoofdkantoor van mijn
verzekeraar. Die zal iemand die 30 (!) jaar premie heeft betaald toch niet
in de kou laten staan? Of weet u meer dan ik?
Hennie Talens














