ST. ISIDORUSHOEVE - In 1927 werd in de buurtschap Holthuizen aan de verharde weg van Haaksbergen naar Goor, ongeveer op de grens met Boekelo en Eppenzolder, begonnen met de bouw van een kerk.
In 1929 wordt een school gebouwd. Hierdoor werd de aanzet gegeven tot de vorming van een kleine kern: Sint Isidorushoeve. Naast de pastorietuin verrees in 1927 een pand met daarin een café annex kruidenierswinkel van het echtpaar Groothuis-te Lintelo. Tijdens het kerkbezoek werden de paarden en koetsen er gestald. Na de dienst dronken de mannen een borreltje in het café. De vrouwen deden ondertussen de boodschappen in de kruidenierswinkel. Er was in die tijd op die plek nog geen sprake van een echte kern met bebouwing. Er was eigenlijk maar een gemeenschapsvoorziening: de Boekelerschool.
Maar al snel werden er stappen ondernomen om verenigingen op te zetten. Zo werd de toneelclub De Volharding opgericht. In café Groothuis werd gerepeteerd en opgetreden. In het begin werd overigens alleen door heren gespeeld. Pas jaren later mochten ook vrouwen meespelen. De eerste stukken, die werden gespeeld, waren al eens in Hengevelde opgevoerd. Daar waren ze een succes. Voordat aan een stuk werd begonnen, moest de pastoor het lezen en toestemming geven. Meestal was dit geen probleem, want er werd een stuk gekozen dat al kerkelijk was goedgekeurd en was uitgegeven door een vertrouwde katholieke uitgever.
De toneelvereniging was een succes. Vervolgens begon men ook te denken aan het oprichten van een muziekkorps. In 1929 was het zover: De Hoeve had een fanfarekorps met twintig leden. Er werd geoefend en bij de School- en Volksfeesten werd opgetreden. Een probleem waren de financiën: er was veel geld nodig voor instrumenten en muziek. De leden konden dat niet uit de contributie bekostigen. De pastoor was niet erg ingenomen met deze nieuwe vereniging en weigerde alle medewerking. Hij adviseerde de mensen zelfs om geen geld te geven als de fanfare een collecte hield. Door geldgebrek en tegenwerking ging de fanfare na vier jaar weer ter ziele.
In 1933 werd onder leiding van meester Van Groningen een voetbalvereniging opgericht. Van Groningen zag zelf een voetbalclub niet zo zitten. Hij belegde, op verzoek van pastoor Wirtz, wel een eerste vergadering. De jonge Hoevenaren reageerden zo enthousiast, dat de plannen wel doorgezet moesten worden. Het eerste sportveld was tegenover café Groothuis.
Café Groothuis had meerdere functies. Het werd onder andere ook gebruikt als consultatiebureau, de schietvereniging S.V. De Hoeve had er haar onderkomen en de vrouwenvereniging KPO hield haar bijeenkomsten bij Groothuis. Ook de vergaderingen van standsorganisaties vonden er plaats. De toenmalige wandelvereniging Vrij en Blij gebruikte het gebouw vaak als vertrekpunt. De voormalige kruidenierswinkel naast het café werd ook tijdelijk gebruikt voor zittingen van de Boerenleenbank en als kapperszaak. In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog was de school door de Duitsers in gebruik genomen. Daarom deed het café ook tijdelijk dienst als schoollokaal.
In 1986 verkocht het echtpaar Klaver-Groothuis het café, dat na de laatste verbouwing in De Hoeve bekend stond als De Bommert. Het werd verkocht aan garagehouder B. Siemerink, eigenaar van de naastgelegen showroom 'De Mölle', onderdeel van het garagebedrijf Aktief.














