ST. ISIDORUSHOEVE - De grote bokaal glimt nog en felicitaties stromen binnen. Jeroen Hoesstee is deze dagen de held in De Hoeve. Voor de derde keer op rij toonde de 38-jarige timmerman zich afgelopen weekeind de sterkste op het Nederlands Kampioenschap Combinerace. En dat daar 's avonds in huize Hoesstee een stevig biertje op gedronken is, laat zich niet zo moeilijk raden.
Op het hoogtepunt stoppen wordt vaak als advies aan sporttoppers gegeven. En dat doet Hoesstee dan ook, ongevraagd. Drie jaar achter elkaar behaalde hij de nationale titel in de vrije klasse. En nu vindt hij het welletjes. Hij stopt om een wel hele bijzondere reden. "Mijn buurjongen Jaro Rupert, die me altijd helpt met sleutelen, wordt volgende maand achttien. Ik heb hem altijd gezegd 'als jij dan je rijbewijs haalt, mag jij mij opvolgen' .Ik begeleid hem dan."
Een betere leermeester zou Jaro Rupert, een enorm talent volgens kenners, zich overigens niet hebben kunnen wensen. Hoesstee is gepokt en gemazeld in het combineracewereldje. Plaatselijke en ook regionale wedstrijden wint hij met 'twee vingers in de neus'. Ook op NK's heeft hij een abonnement op de hoogste plek van het ereschavot. Ondanks dat de concurrentie hem op alle manieren dwars zit. "Afgelopen zondag in Emmeloord reden ze expres mijn achterbanden eraf. Zelfs de velgen waren eraf", geeft hij als voorbeeld van de moordende concurrentiestrijd. Opgeven deed Jeroen Hoesstee, wiens broer Erwin zich ook nationaal kampioen mag noemen (klasse speciaal), echter niet. "Even een kwestie van aan elkaar lassen dus." Gereedschappen als een lasapparaat, maar ook bijvoorbeeld een aggregaat, neemt Hoesstee altijd mee. Goed matriaal speelt een belangrijke rol.
Bescheidenheid siert de nieuwbakken kampioen. De successen zijn volgens hem niet te danken aan zijn eigen stuurmanskunst en lef maar aan zijn machine. "Die loopt onmunnig hard. En dan is het gewoon een kwestie van het gas erop houden." Snelheden van zo'n honderd kilometer per uur worden dan met het landbouwvoertuig gehaald. "Zeker op een kleibaan zoals afgelopen zondag."
Bang voor blessures is de durfal niet. "Ik ben één keer van de machine gevallen en had toen een dik been. Dat was alles."














