Jolanda en Yvonne Achteresch (dochters van Harm) met buste van Belcampo, dochters weten niet waar ze met het beeld, uit erfenis van Harm, naar toe moeten. Foto: Lars Smook
RIJSSEN - Een vorsende blik onder borstelwenkbrauwen en een geprononceerde kin. Dat karakteriseert het beeld dat Harm Agteresch liet maken van de schrijver Belcampo. De grote vraag is: waar moet het staan? Dat Jolanda en Yvonne Agteresch de buste van Belcampo in het huis van hun overleden vader tegenkwamen was onvermijdelijk.
Agteresch, beter bekend als de komiek Harm oet Riessen, was een groot bewonderaar van de schrijver. „Pap bewaarde de boeken van Belcampo in de krantenbak. Zo had hij ze binnen handbereik.”
Omstreden
Als notariszoon, onder de naam Herman Pieter Schönfeld Wichers, groeide Belcampo op in Rijssen. Later liet hij er zijn bekendste verhaal afspelen: het apocalyptische Het grote gebeuren. Sindsdien is Belcampo omstreden in Rijssen. Zijn graf op de oude begraafplaats aan de rand van het centrum is de enige tastbare herinnering aan de schrijver/arts.
En dat zat Agteresch dwars. Hij vond dat Rijssen Belcampo ‘als verloren zoon’ in de armen moest sluiten. Daarom liet hij in 2002 bij de honderdste geboortedag van de schrijver een beeld maken. Aan de hand van een foto maakte plaatsgenote Gerda van der Linde uit twee broden grove klei een buste. De plaatselijke bibliotheek was volgens Agteresch dé plek voor het beeld: ‘Belcampo hoort tussen de boeken’. Maar het bestuur van de bibliotheek dacht daar anders over.
Literair rumoer
De actie van Harm leidde tot literair rumoer in Rijssen. De buste werd geweigerd, want nog steeds werd Belcampo door een deel van de Rijssense gemeenschap verguist. Vooral vanwege Het grote gebeuren dat gaat over de dag des oordeels. Veel gelovige burgers worden in het verhaal door duivels de hel in geleid. Voor velen was Belcampo een personificatie van de duivel.
Het betekende het begin van een omzwerving. Eerst stond de buste een tijdje in het Parkgebouw, naast de tap. ‘Belcampo hoort niet in een kroeg’, vond Harm. Later klopte de Rabobank Bathmen aan. Of de buste bij de balie mocht staan. De bank, die op de plek staat waar Schönfeld Wichers zijn praktijk voerde, kreeg het beeld in bruikleen. Maar het zinde Agteresch niet: ‘Belcampo hoort in Rijssen’. Daarom probeerde hij het in 2006 nog een keer bij de bieb. De komiek overrompelde de directie door in een lezing met de buste op de proppen te komen. Belcampo mocht blijven: één nacht. Dus haalde Agteresch de volgende dag het beeld weer op.
Poetsen
Sindsdien stond de kop al die jaren op een sokkel in de gang van het huis van Agteresch. „We hebben Belcampo dikwijls gepoetst als we vader hielpen bij de grote schoonmaak”, zeggen Jolanda en Yvonne lachend. De dochters van Agteresch hebben zelf niet zoveel met Belcampo, maar ze willen wel dat het beeld een passende plek krijgt. „Maar we leuren er niet mee.” Ze hopen dat door publicatie in De Twentsche Courant Tubantia er een einde komt aan de ‘zwerftocht van Belcampo’ en de buste onderdak vindt. „Misschien heeft iemand een goed idee.”
Ideeën kunnen worden gestuurd naar redactie@tctubantia.nl


Sorteer reacties











