Regio's vechten al om geld dat er nog niet eens is

Auteur: door Jan Ruesink |   dinsdag 20 april 2010 | 02:53 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 20 april 2010 | 02:54

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
ENSCHEDE - Nederland moet de komende tien jaar zes miljard euro extra per jaar gaan steken in kennis, onderwijs, onderzoek en innovatie.
Dat vindt het Innovatieplatform, dat gistermiddag op vijf plaatsen in Nederland, waaronder Enschede, zijn economische agenda voor de komende tien jaar presenteerde. Het platform riep alle partijen op eensgezind achter dat streven te gaan staan. Maar de woorden waren nog niet uitgesproken of de verschillende regio's begonnen al met zelfpromotie in een poging zoveel mogelijk van dat geld voor hun eigen gebied binnen te slepen.

Volgens het Innovatieplatform zakt Nederland steeds verder weg in de internationale lijst van concurrerende landen. Stond ons land daarin nog op plek 3 in 2000, nu bungelt het nog net in de top 10. Er wordt volgens de samenstellers van het rapport (onder wie Alexander Rinnooy Kan) veel te weinig aan research gedaan, er heerst een zesjescultuur in het onderwijs, we werken te kort en we zijn te weinig ondernemend.

Op al die gebieden moet er de komende jaren een modern industriebeleid gevoerd gaan worden, wil ons land bedreigingen te lijf kunnen zoals de verschuiving van de economische macht naar Azië, de uitputting van de grondstoffen en de kosten van de vergrijzing. Als klein land moet Nederland kiezen voor een beperkt aantal 'sleutelsectoren', waaronder duurzame energie, diensten, hightech, voeding en de creatieve industrie, waarin we echt de wereldtop kunnen bereiken en waar meer in geïnvesteerd moet worden.

In Enschede werd het rapport met instemming ontvangen door vertegenwoordigers van onder meer overheden, Kennispark Twente, Universiteit Twente en Saxion Hogescholen. Allen onderschreven het idee om te kiezen en de aandacht niet te versnipperen. Directeur Pieter Dillingh van het Innovatieplatform Twente (IPT) zei dat Twente een regionale vertaling van het rapport gaat maken.

Volgens bestuurslid Wim Boomkamp van het Innovatieplatform Twente betekent dat niet dat de regio een aantal van de eerder gekozen speerpunten laat vallen. Zo heeft het IPT onder meer zwaar ingezet op stimulering van de bouw als kansrijke sector en die sector wordt in het landelijke rapport in het geheel niet genoemd. Ook de in Twente nadrukkelijk gepromote nanotechnologie wordt niet genoemd als speerpunt. "Maar dat kun je ook als hightech zien", aldus Boomkamp na afloop van de bijeenkomst. "We moeten naar aanleiding van dit nieuwe rapport besluiten om een beperkt aantal sectoren gerichter te gaan steunen. Ik denk daarbij vooral aan hightechsystemen en nieuwe materialen. Twente moet proberen daar een landelijke voorkeurspositie in te verwerven."

Elders in het land deden andere bestuurders hun best om vooral hun gebied naar voren te schuiven als vernieuwende regio. Burgemeester Rob van Gijzel van Eindhoven ging zelfs zover om zijn 'brainport' te kenmerken als de enige echte innovatieve regio van Europa. "Wij produceren 50 procent van alle patenten in Nederland", zo was in onder meer Enschede te beluisteren op grote beeldschermen.

Op de bijeenkomst in Enschede haastte Pieter Dillingh (IPT) zich te zeggen dat het: "killing is dat regio's zich nu tegen elkaar gaan afzetten. We moeten als regio's juist meer gaan samenwerken." Ook Boomkamp laakte de houding om jezelf belangrijker te maken. "Elke regio moet proberen zijn kracht te benutten en kiezen voor een of twee speerpunten."

Reageren