Anne Frank is wereldberoemd, maar hoe zit het eigenlijk met de verhalen van die andere 28.000 Nederlandse joden die in de Tweede Wereldoorlog onderdoken? Die vraag ligt ten grondslag aan het boek 'Andere Achterhuizen' van Marcel Prins en Peter Henk Steenhuis.
Het boek is deel van een cross-mediaal project dat beide makers gistermiddag voorstelden in de synagoge in Enschede. Achter de titel gaat behalve een boek ook een internetsite schuil. Daar zijn brokstukken van verhalen te zien, maar ook veel achtergronden over de betrokken onderduikers. Op termijn is het de bedoeling dat ook anderen daar hun eigen onderduikverhalen kwijt kunnen. Mogelijk komt er nog een boek speciaal voor kinderen.Het hele project moet de 'diversiteit aan joodse onderduikverhalen een plek geven', zeiden Prins en Steenhuis gisteren in de synagoge. "Onderduikers hebben heel verschillende verhalen. De een is goed behandeld, de ander slecht. Maar allemaal hebben ze gemeen dat ze hun identiteit moesten afpellen. Ze bestonden door niet te meer bestaan. Ze verloren alle vertrouwde vrijheden: te kunnen geloven wat je wilt, eruit te zien zoals je wilt, te zijn met wie je wilt, te zeggen wat je wilt, naar buiten te gaan wanneer je wilt."
Het boek 'Andere Achterhuizen' bevat vijftien verhalen. Behalve dat van Johan Sanders spelen ook de verhalen van Rita Degen en Lenie Meijer-de Vries in Oost-Nederland. De Amsterdamse Rita Degen, moeder van Marcel Prins, zat in Hengelo ondergedoken. En Lenie Meijer-de Vries uit Neede vond een adres in Enschede.














