Veroordeelde eist zwaardere straf

Auteur: door Frank Timmers |   donderdag 11 maart 2010 | 02:53 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 11 maart 2010 | 03:02

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
ALMELO/HENGELO - Paul B. werd eind vorig jaar veroordeeld tot opname in een psychiatrisch forensische kliniek, na de bedreiging van diverse mensen in een winkelcentrum en een poging een kamergenoot in het psychiatrisch ziekenhuis Helmerzijde te wurgen.
B. is inmiddels in hoger beroep gegaan. Niet omdat hij, zoals veroordeelden gewoonlijk doen, strafvermindering wenst, maar juist omdat hij een zwaarder vonnis wil.

Paul B. is zo bang voor de stemmen in zijn hoofd die hem dwingen iemand te vermoorden, dat hij veel langer achter gesloten deuren wil worden behandeld. Hij eist die hogere straf niet in de eerste plaats voor zichzelf, maar juist om de samenleving tegen hem te beschermen.

Dat is in lijn met zijn schriftelijke verklaring december vorig jaar in de rechtbank in Almelo. Hij wilde toen zelf niet komen, maar liet voorlezen dat hij nog steeds gedachten had die hem dwingen iemand te doden. Hij stelde dat hij levenslang behandeld moest worden en vroeg om tbs. B. lichtte toe dat hij de mensen in het winkelcentrum niet aan het mes zou hebben geregen. Maar de medepatiënt in het psychiatrisch ziekenhuis had hij vast en zeker vermoord als die niet sterker dan hij was geweest.

Deskundigen verklaarden hem volledig ontoerekeningsvatbaar. B. lijdt aan schizofrenie. Hij had al langer last van moordneigingen - gericht op zichzelf of anderen.

De wens van B. is duidelijk, maar het is de vraag of hij het voor elkaar krijgt. Zijn advocaat Taner Seker heeft zijn handen van de zaak afgetrokken. Hij zegt dat B. geen schijn van kans maakt. Een langdurige straf en tbs met dwangverpleging staan bijvoorbeeld haaks op de adviezen van een psychiater en een psycholoog. Bovendien is het niet noodzakelijk. Volgens Seker moet het mogelijk zijn dat B. na behandeling op basis van het Almelose vonnis, gesloten wordt doorbehandeld via de wet BOPZ (bijzondere opname in psychiatrisch ziekenhuis, op last van de burgemeester vanwege gevaar voor zichzelf of voor anderen).

B. heeft daar geen vertrouwen in. Hij heeft er vaker mee te maken gehad en de opname is gericht op terugkeer in de maatschappij, iets wat hij niet wil. Hij belde daarop vervolgens een andere advocaat, Rob Oude Breuil. Die ziet zich voor een dilemma geplaatst. Hij nam B. aan als cliënt zonder precies te weten wat voor vlees hij in de kuip had. Hoewel hij zich ook nu nog onvoldoende in de zaak heeft verdiept, vindt ook hij dat B. niet iemand is voor levenslange tbs, maar voor de route van de BOPZ. Sterker nog, hij vindt dat het Openbaar Ministerie helemaal geen zaak tegen de psychiatrische man had moeten beginnen, maar meteen voor de BOPZ had moeten kiezen. Hij zegt dat hij de druk van de maatschappij begrijpt om op te treden tegen een man die slachtoffers maakt, maar stelt daar tegenover dat hij niets in een gevangenis te zoeken heeft. "Het is pertinent onjuist om dat soort mensen via het strafrecht aan te pakken. Zij moeten meteen behandeld kunnen worden", stelt hij.

Oude Breuil denkt daarom in eerste instantie dat hij zal proberen B. van zijn wens af te praten. Als dat niet lukt, wil hij toch alles uit de kast halen om de wens van zijn cliënt te verwerkelijken. Hoe hij dat dan voor elkaar moet boksen, weet hij nog niet. "Misschien is tbs toch te bepleiten", zegt hij. Oude Breuil is - en dat zou voor de advocaat een alternatief zijn - in ieder geval niet van plan de verdediging neer te leggen.

Reageren