Groeiende handel in mannen

  donderdag 11 maart 2010 | 03:13

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
DEN HAAG - Het aantal mannelijke slachtoffers van mensenhandel is vorig jaar fors toegenomen.
In 2009 werden 138 mannen uitgebuit, een derde meer dan de jaren ervoor. Dat blijkt uit de jaarcijfers van het Coördinatiecentrum Mensenhandel (Comensha). In totaal zijn in 2009 ruim negenhonderd slachtoffers van mensenhandel bij Comensha aangemeld, 10 procent meer dan het voorgaande jaar. De stijging kan mede zijn veroorzaakt doordat opsporingsdiensten actiever op zoek zijn naar mensenhandel, zegt Bas de Visser van Comensha. "Ze weten beter waar ze op moeten letten. Er is meer aandacht voor, ook voor de uitbuiting van mannen."

Volgens De Visser komen mannelijke slachtoffers niet alleen in de seksindustrie terecht. "Ze worden ook gedwongen om in de horeca te werken of in de landbouw, bijvoorbeeld als aspergestekers."

De opvang van bevrijde mannelijke slachtoffers vormt een groot probleem, signaleert Comensha. De vrouwen kunnen vaak in de vrouwenopvang terecht, waar ook slachtoffers van huiselijk geweld worden opgevangen. De Visser: "Maar de mannen vallen tussen wal en schip. Er is voor hen eigenlijk alleen de maatschappelijke opvang, maar opvang daar is ingewikkeld omdat er ook mensen met andere problemen verblijven, zoals verslaafden en zwervers."

De meeste slachtoffers van mensenhandel kwamen vorig jaar uit Nederland (240) zelf, gevolgd door Nigeria (101) en Roemenië (89). 118 slachtoffers waren kind, achttien waren zelfs jonger dan 15 jaar. Uitbuiting van mensen komt verspreid over het hele land voor.

In 2009 werkte de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) voor het eerst actief mee met de opsporing van slachtoffers. Dat leverde al snel 48 slachtoffers op.

De SIOD kwam hen op het spoor bij het oprollen van een aspergekwekerij in Someren en bij een zaak waarbij Indonesiërs in Den Haag in de voedingsindustrie werden uitgebuit.

Reageren