Slecht werkende arts sneller ontdekt in MST

  woensdag 06 mei 2009 | 03:16 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 06 mei 2009 | 08:46

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
De medische staven van ziekenhuizen dreigen onderbemand te raken. Foto: GPD

De medische staven van ziekenhuizen dreigen onderbemand te raken. Foto: GPD

ENSCHEDE - Het Medisch Spectrum Twente (MST) houdt het functioneren van haar specialisten intensief tegen het licht. Er komt een beoordelingssysteem, waarbij de directe kring rond de arts aangeeft wat zijn goede en zwakke punten zijn.
Circa tien mensen waarmee de specialist nauw samenwerkt worden gevraagd naar hun mening.


De beoordeling gebeurt voorlopig op vrijwillige basis. Op dit moment hebben honderd van de circa tweehonderd specialisten zich gemeld. Op termijn gaat de vrijwilligheid eraf.


De nieuwe methode zou sneller aan het licht kunnen brengen dat een arts niet goed functioneert. Overal in het land wordt gedacht over de invoering van dergelijke methoden. Ook de andere ziekenhuizen in de regio beraden zich erop.


De invoering in Enschede is dan ook geen direct gevolg van de affaire rond de oud-neuroloog Jansen Steur, die in 2004 op een zijspoor werd gezet. Mogelijk zou met dit systeem eerder concreet zijn geworden dat er iets aan de hand was.


Door medewerkers uit alle geledingen rond de arts te raadplegen, verwacht het MST sneller een concreet beeld te krijgen van wat er aan de hand is. " Misschien zelfs zo vroegtijdig dat het werkelijk afglijden van een arts in de toekomst voorkomen kan worden", aldus Ina Kuper en Renate Kamphuis, beiden van de medische staf.


Het systeem dat in het MST wordt gehanteerd komt van oorsprong uit Engeland: apparailsal & assessment heet het. Eerst wordt de arts zelf gevraagd een portfolio te maken. Daarin moet hij aangeven wat zijn werkzaamheden en taken precies zijn, maar bijvoorbeeld ook hoe zijn gezondheid en thuissituatie is. Ook moet hij aangeven wat hij zelf zijn goede en slechte punten vindt. Daarna nodigt zijn beoordelaar tien tot vijftien mensen uit zijn directe omgeving uit om drie goede en drie verbeterpunten te noemen. Wie, dat blijft voor de arts anoniem. "Zodat de mensen zich werkelijk vrij voelen een mening te geven."


Het kunnen directe collega-artsen zijn, arts-assistenten, maar ook de receptioniste, een verpleegkundige of medewerker van een totaal andere afdeling. Als er maar sprake is van een nauwe samenwerking.


Volgens Kuper en Kamphuis is de sfeer binnen het ziekenhuis tegenwoordig zo open, dat mensen het wel aandurven hun mening te geven. "Omdat ze er zelf ook baat bij hebben. Als een arts zich verbetert, dan kan ook de verpleegkundige die met hem werkt beter functioneren. Er is de afgelopen jaren natuurlijk ook veel veranderd. De jonge generatie is minder van de mantel der liefde. Die zeggen veel eerder tegen een collega: ik vind niet dat je dat goed doet." Het systeem zou niet gevoelig zijn voor vriendjespolitiek, stellen Kuper en Kamphuis. " Uit ervaringen in andere ziekenhuizen blijkt dat het niet uitmaakt of een vriendje wordt gepolst, of juist geen vriendje. Die ervaring hebben wij tot nu toe ook."


De gesprekken worden gedaan door leden van de medische staf, die daarvoor een uitgebreide gesprekstraining krijgen. Invoering is niet in gang gezet, omdat de Raad van Bestuur vreest dat er in het MST een aantal niet-functionerende artsen rondloopt.


Volgens Kuper wordt de invoering in Enschede ook juist door de specialisten zelf aangejaagd. Uit de eerste 50 gesprekken tot nu toe zijn geen alarmerende zaken naar voren gekomen. "Wel verbeterpunten. In algemeenheid kun je zeggen dat de specialisten te gedreven zijn. De meeste dokters doen gewoon te veel, waardoor taken in de knel kunnen komen. Ook dat kan een les zijn; dat je beter iets minder kan doen, dan altijd maar alles."

Reageren