ENSCHEDE - Het Medisch Spectrum Twente (MST) houdt het functioneren van haar
specialisten intensief tegen het licht. Er komt een beoordelingssysteem,
waarbij de directe kring rond de arts aangeeft wat zijn goede en zwakke
punten zijn.
Circa tien mensen waarmee de specialist nauw samenwerkt
worden gevraagd naar hun mening.
De beoordeling gebeurt voorlopig op vrijwillige basis. Op dit moment hebben
honderd van de circa tweehonderd specialisten zich gemeld. Op termijn gaat
de vrijwilligheid eraf.
De nieuwe methode zou sneller aan het
licht kunnen brengen dat een arts niet goed functioneert. Overal in het land
wordt gedacht over de invoering van dergelijke methoden. Ook de andere
ziekenhuizen in de regio beraden zich erop.
De invoering in
Enschede is dan ook geen direct gevolg van de affaire rond de oud-neuroloog
Jansen Steur, die in 2004 op een zijspoor werd gezet. Mogelijk zou met dit
systeem eerder concreet zijn geworden dat er iets aan de hand was.
Door medewerkers uit alle geledingen rond de arts te raadplegen, verwacht het
MST sneller een concreet beeld te krijgen van wat er aan de hand is. "
Misschien zelfs zo vroegtijdig dat het werkelijk afglijden van een arts in
de toekomst voorkomen kan worden", aldus Ina Kuper en Renate Kamphuis,
beiden van de medische staf.
Het systeem dat in het MST wordt gehanteerd komt van oorsprong uit Engeland:
apparailsal & assessment heet het. Eerst wordt de arts zelf gevraagd een
portfolio te maken. Daarin moet hij aangeven wat zijn werkzaamheden en taken
precies zijn, maar bijvoorbeeld ook hoe zijn gezondheid en thuissituatie is.
Ook moet hij aangeven wat hij zelf zijn goede en slechte punten vindt.
Daarna nodigt zijn beoordelaar tien tot vijftien mensen uit zijn directe
omgeving uit om drie goede en drie verbeterpunten te noemen. Wie, dat blijft
voor de arts anoniem. "Zodat de mensen zich werkelijk vrij voelen een
mening te geven."
Het kunnen directe collega-artsen zijn,
arts-assistenten, maar ook de receptioniste, een verpleegkundige of
medewerker van een totaal andere afdeling. Als er maar sprake is van een
nauwe samenwerking.
Volgens Kuper en Kamphuis is de sfeer
binnen het ziekenhuis tegenwoordig zo open, dat mensen het wel aandurven hun
mening te geven. "Omdat ze er zelf ook baat bij hebben. Als een arts
zich verbetert, dan kan ook de verpleegkundige die met hem werkt beter
functioneren. Er is de afgelopen jaren natuurlijk ook veel veranderd. De
jonge generatie is minder van de mantel der liefde. Die zeggen veel eerder
tegen een collega: ik vind niet dat je dat goed doet." Het systeem zou
niet gevoelig zijn voor vriendjespolitiek, stellen Kuper en Kamphuis. "
Uit ervaringen in andere ziekenhuizen blijkt dat het niet uitmaakt of een
vriendje wordt gepolst, of juist geen vriendje. Die ervaring hebben wij tot
nu toe ook."
De gesprekken worden gedaan door leden van
de medische staf, die daarvoor een uitgebreide gesprekstraining krijgen.
Invoering is niet in gang gezet, omdat de Raad van Bestuur vreest dat er in
het MST een aantal niet-functionerende artsen rondloopt.
Volgens Kuper wordt de invoering in Enschede ook juist door de specialisten
zelf aangejaagd. Uit de eerste 50 gesprekken tot nu toe zijn geen
alarmerende zaken naar voren gekomen. "Wel verbeterpunten. In
algemeenheid kun je zeggen dat de specialisten te gedreven zijn. De meeste
dokters doen gewoon te veel, waardoor taken in de knel kunnen komen. Ook dat
kan een les zijn; dat je beter iets minder kan doen, dan altijd maar alles."















