Gewoonlijk veroordeelt een rechtbank een verdachte, of spreekt hem vrij.
In het vonnis dat de meervoudige strafkamer gisteren uitsprak in de zaak tegen de broers W. (37) veroordeelt ze en passant de aanklager, het Openbaar Ministerie.De broers W. hebben zich schuldig gemaakt aan een groot aantal vermogensdelicten. Ze maakten daarbij misbruik van de zwakbegaafdheid van gehandicapte voetballers uit Enschede.
De officier van justitie C. Hofstee vroeg de rechtbank er bij de straf rekening mee te houden dat de W.'s gehandicapte jongens van het G-team van Rightersbleek hebben bedreigd, opgelicht en medeplichtig hebben gemaakt. Ook vroeg ze de rechtbank erbij te betrekken dat de verdachten deel uitmaken van een grote groep criminelen die het op bejaarden had gemunt.
Maar de rechtbank constateert dat ze met deze omstandigheden geen rekening kan houden. Simpelweg omdat die feiten niet op de tenlastelegging stonden.
De rechtbank schrijft: "Het stond de officier vrij om verdachten te vervolgen voor door haar genoemde oplichting van de gehandicapte jongens en de deelneming aan een criminele organisatie. Nu zij er echter voor gekozen heeft deze feiten niet aan de rechtbank voor te leggen, kan de rechtbank hiermee geen rekening houden bij de straftoemeting."
Vervolgens komt er een berisping die er niet om liegt. "De rechtbank merkt nog op dat de officier van justitie door in haar requisitoir zo uitgebreid bij deze feiten stil te staan, voor het publiek een andere beeld heeft geschetst van hetgeen in deze strafzaak aan de rechtbank is voorgelegd". Het leverde de broers vijftien maanden op en niet de 3,5 jaar van het OM.
En het leverde het OM stof tot nadenken op. Nagedacht is er zeker, omdat het deze maand vaker fout is gegaan. Vorige week in de zaak van Diego Hardeman overrulede de meervoudige strafkamer de officier van justitie M. Lousberg die vond dat de verdachte moeder alvast naar huis mocht. In een tussenvonnis bepaalde de rechtbank een andere koers. De moeder blijft vast omdat het onderzoek nog niet is afgerond. De rechtbank definieerde een groot aantal vragen dat nog moet worden beantwoord. Voor de rechtbank is zij nog even verdacht als haar ex-vriend K.
Pittig was ook de terechtwijzing in de zaak van de brandweerman uit Denekamp. De rechtbank sprak hem vrij van brandstichting, waarbij meewoog dat hij gezien zijn karakter te veel onder druk kan zijn gezet bij het politieverhoor. Bovendien rammelde volgens de rechtbank het onderzoek. Het gaat om een relatief kleine verdenking, maar de schade zou voor de man bij een veroordeling groot zijn geweest. Hij wil van blussen zijn beroep maken en had dat bij gelijk van het OM kunnen schudden.
Het OM zegt vonnissen goed te bestuderen, zeker als ze zo afwijken van de eigen ideeën. Nu is het tot de conclusie gekomen dat het allemaal toeval is. Structurele problemen zouden er niet zijn.
De vijf voorbeelden geven aan dat het OM in ieder geval niet structureel te streng is. In de zaak Hardeman is het de rechtbank die moeder vasthoudt. Inderdaad zijn de zaken verder erg verschillend. "Soms kun je verschillend tegen een zaak aankijken", zegt het OM. Het vindt dat de moeder van Diego een alibi heeft, overweegt hoger beroep in de tweelingzaak, en merkt op dat de brandweerman aanvankelijk zelf bekende.


Sorteer reacties











