De Enterse canonwerkgroep voor de hervormde kerk met vlnr.: Dirk Velten, Marinus Jansen, Johan Altena en Gerrit Kraa. foto Bert Kamp
ENTER - Enter heeft onmiskenbaar een rijke en boeiende geschiedenis. Dat blijkt uit de dinsdagmiddag gepresenteerde historische canon van het zompen- en klompendorp.
Weinigen is bekend dat er in de veertiende eeuw een riddergeslacht in Enter huisde. Hermannus en Theodoricus van Enthere waren er exponenten van. Ze verdedigden de marke Enter. Hun havezate, volgens oude geschriften het Hermannushus, bevond zich waarschijnlijk op de plek van de huidige Werfstraat.
In de canon van Enter is een hoofdstuk aan het ‘voorname riddergeslacht’ gewijd. Het historische overzicht omvat nog vierentwintig andere verhalen. Zo wordt in vogelvlucht de geschiedenis van het dorp weergegeven.
Een werkgroep, bestaande uit Johan Altena, Marinus Jansen, Dirk Velten en Gerrit Kraa is ongeveer een jaar bezig geweest met het samenstellen van de canon. Het kwam daarbij goed van pas dat de heren alle vier een vlotte pen hebben. Volgens Jansen komt vooral Altena de eer toe. „Hij heeft veruit de meeste verhalen geschreven.” Dat is niet onlogisch. Altena, sinds jaar en dag bestuurslid van de oudheidkamer Buisman, heeft verschillende boeken over de geschiedenis van het dorp op zijn naam staan. Hij geldt als het ‘historische geweten’ van Enter.
Dat er al zoveel over de geschiedenis van Enter is geschreven, kwam de canonwerkgroep goed uit. Het spitwerk in archieven en dergelijke bleef daardoor binnen de perken. Jansen: „Het kwam vooral neer op het selecteren van vijfentwintig onderwerpen en schrijven van de bijbehorende verhalen.” Ook een zwarte bladzijde komt aan de orde: het onderduikadres van elf Joden,die zich schuil hielden in een oude kippenschuur, werd verraden.
















