Wie een HOTLO-motor wil zien, kan bij techniekmuseum HEIM terecht. Daar
staat de machine te pronken in de introductieruimte. Alleen niet op ware
grootte, maar op schaal 1 op 10. En daarmee zullen de liefhebbers het moeten
doen. Museumdirecteur Toon de Boer heeft best begrip voor de wens van de
oud-machinisten om de laatste varende Stork-scheepsdiesel van de ondergang
te redden. (16 mei 2009)
.
Maar in het HEIM is er geen plaats voor zo'n gigant. De Boer: "Als je zo'n machine onderdak wilt bieden, mag je er wel een nieuw gebouw voor neerzetten. Als je alleen een krukasje wilt laten zien, zou je al een bouwvergunning moeten aanvragen…" Bovendien: "Wat dacht je van de transportkosten vanaf Brazilië? Daar ben je alleen al een paar ton voor kwijt." Hij is overigens wél geïnteresseerd in kleinere onderdelen van de HOTLO, 'hoewel er aan die machine niks klein is.' Belangstellenden zullen dus tevreden moeten zijn met het - overigens prachtig gedetailleerde en nog altijd forse - schaalmodel. En er staat ook een scheepsmodel, waar die Stork-diesels in draaiden. "We kunnen er dus voldoende over vertellen. En we beschikken ook over veel documentatie. We weten er het nodige van, want het ding werd dus wél 200 meter verderop gegoten en gebouwd."


Sorteer reacties










