Het is een gigant, net zo hoog als een gemiddelde eengezinswoning. Het
onderwerp: een scheepsdiesel, type HOTLO.
Made in Hengelo, door
Stork. Er vaart wereldwijd nog één schip met zo'n machine rond. Maar volgend
jaar wordt de Hengelose
diesel gesloopt. Zonde, vindt een groep
(oud-)machinisten: het is een stuk Nederlandse zeevaarthistorie.
(15 mei
2009)
Gepensioneerde machinisten, die nog op schepen gevaren hebben met zo'n
Storkmachine zijn gehecht aan het bakbeest. "Het is
een stuk
technische geschiedenis", zegt Ben Rodenburg uit Hengelo, die destijds
als scheepswerktuigkundige een paar reizen
maakte met zo'n twaalf
meter hoge krachtpatser.
Stork begon in 1954 met het bouwen van de
al snel befaamde HOTLO-tweetaktmotoren. Oudere Hengeloërs herinneren het
zich nog
wel als zo'n scheepsdiesel stond proef te draaien. HOTLO,
dat staat voor Hesselman verbrandingskamer, direct Omkeerbaar
Tweeslag, Langsspoeling Oplading. Maar voor veel machinisten betekende het:
Het Onding Trilt en Lekt Ontzettend.
Ze hadden desondanks een zwak voor de motor. Want het was, mits goed
onderhouden, een betrouwbaar werkpaard. Dat blijkt uit
dit
gedichtje van een onbekende, varende poëet: 'Hier staat te stampen, negen
poten zwaar, gehuld in oliedampen, De Twentse
ooievaar.' Maar het
enige schip, dat er nog mee wordt aangedreven, krijgt volgend jaar een
nieuwe motor.
Het gaat om de toenmalige Schouwen, die in 1963 van
de werf kwam en in 1976 werd omgebouwd tot drillschip voor de offshore.
Vanaf dat moment heette het de Neddrill 2. De boot werd in 1988 aan Noble
Drilling Services in de VS verkocht en vaart
tegenwoordig rond als
Noble Roger Eason. Het schip kan nog lang mee met zijn acht schroeven die
het, computergestuurd, exact
op de plek houdt tijdens het boren.
Maar de HOTLO uit Hengelo wacht in Brazilië, waar het schip is gestationeerd,
een roemloos einde. Dit tot verdriet van veel
scheepswerktuigkundigen, die ermee gevaren hebben. Ze willen de motor
behouden als een herinnering aan een stuk Nederlandse
scheepsbouw.
De pogingen lijken evenwel gedoemd te mislukken. Ben Rodenburg is
pessimistisch: "Ik heb het hoofd al in de
schoot gelegd."
Toch wil een collega uit Bodegraven, Gert-jan Harmsen, een reddingsactie op
touw zetten. "Er moet toch een mogelijkheid zijn
om dit
Nederlandse product van de ondergang te redden? Weer dreigt een stukje
maritieme geschiedenis te verdwijnen. Veel
Nederlandse
werktuigkundigen hebben met de motor gevaren en eraan gewerkt. Tot hun
vreugde, en soms tot hun verdriet..."
Ex-werktuigkundige Bob
de Groot, die tien jaar lang zo'n Hengelose HOTLO onder zijn hoede had,
maakt ook al gewag van de
'haatliefde-verhouding' met de machine.
Die had namelijk een bloedhekel aan stookolie en werd daarom vaak met
gasolie
gestookt. De Groot is ook gehecht aan de markante motor,
maar het lijkt hem financieel niet haalbaar om de machine te
behouden: "Sentiment mag over het algemeen geen geld kosten..."
Een Nederlandse machinist die op de huidige Noble Roger Eason vaart, rept op
een internetdiscussie van 'een prachtig stuk
techniek waar ik nog
regelmatig naar sta te kijken en van kan genieten als hij draait.' Maar hij
meldt ook dat zijn
Amerikaanse werkgever niet zo onder de indruk
is van het Nederlandse stukje technisch vernuft.
De grote vraag:
waar moet je - als de operatie al te financieren zou zijn - met zo'n enorme
diesel naartoe? Rodenburg is
vrijwilliger bij techniekmuseum HEIM
en zou de nieuwe locatie dus wel weten. Al is die motor dan wel wat groot,
beaamt hij.
"Maar al zou het alleen maar de kop of een zuiger
zijn. Dan begrijpt iedereen de imposante afmetingen..."


Sorteer reacties














