Hengelose HOTLO lijkt reddeloos verloren

donderdag 04 februari 2010 | 15:31 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 04 februari 2010 | 16:22

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

Het is een gigant, net zo hoog als een gemiddelde eengezinswoning. Het onderwerp: een scheepsdiesel, type HOTLO.

Made in Hengelo, door Stork. Er vaart wereldwijd nog één schip met zo'n machine rond. Maar volgend jaar wordt de Hengelose

diesel gesloopt. Zonde, vindt een groep (oud-)machinisten: het is een stuk Nederlandse zeevaarthistorie.
(15 mei 2009)


Gepensioneerde machinisten, die nog op schepen gevaren hebben met zo'n Storkmachine zijn gehecht aan het bakbeest. "Het is

een stuk technische geschiedenis", zegt Ben Rodenburg uit Hengelo, die destijds als scheepswerktuigkundige een paar reizen

maakte met zo'n twaalf meter hoge krachtpatser.

Stork begon in 1954 met het bouwen van de al snel befaamde HOTLO-tweetaktmotoren. Oudere Hengeloërs herinneren het zich nog

wel als zo'n scheepsdiesel stond proef te draaien. HOTLO, dat staat voor Hesselman verbrandingskamer, direct Omkeerbaar

Tweeslag, Langsspoeling Oplading. Maar voor veel machinisten betekende het: Het Onding Trilt en Lekt Ontzettend.

Ze hadden desondanks een zwak voor de motor. Want het was, mits goed onderhouden, een betrouwbaar werkpaard. Dat blijkt uit

dit gedichtje van een onbekende, varende poëet: 'Hier staat te stampen, negen poten zwaar, gehuld in oliedampen, De Twentse

ooievaar.' Maar het enige schip, dat er nog mee wordt aangedreven, krijgt volgend jaar een nieuwe motor.

Het gaat om de toenmalige Schouwen, die in 1963 van de werf kwam en in 1976 werd omgebouwd tot drillschip voor de offshore.

Vanaf dat moment heette het de Neddrill 2. De boot werd in 1988 aan Noble Drilling Services in de VS verkocht en vaart

tegenwoordig rond als Noble Roger Eason. Het schip kan nog lang mee met zijn acht schroeven die het, computergestuurd, exact

op de plek houdt tijdens het boren.

Maar de HOTLO uit Hengelo wacht in Brazilië, waar het schip is gestationeerd, een roemloos einde. Dit tot verdriet van veel

scheepswerktuigkundigen, die ermee gevaren hebben. Ze willen de motor behouden als een herinnering aan een stuk Nederlandse

scheepsbouw. De pogingen lijken evenwel gedoemd te mislukken. Ben Rodenburg is pessimistisch: "Ik heb het hoofd al in de

schoot gelegd."

Toch wil een collega uit Bodegraven, Gert-jan Harmsen, een reddingsactie op touw zetten. "Er moet toch een mogelijkheid zijn

om dit Nederlandse product van de ondergang te redden? Weer dreigt een stukje maritieme geschiedenis te verdwijnen. Veel

Nederlandse werktuigkundigen hebben met de motor gevaren en eraan gewerkt. Tot hun vreugde, en soms tot hun verdriet..."

Ex-werktuigkundige Bob de Groot, die tien jaar lang zo'n Hengelose HOTLO onder zijn hoede had, maakt ook al gewag van de

'haatliefde-verhouding' met de machine. Die had namelijk een bloedhekel aan stookolie en werd daarom vaak met gasolie

gestookt. De Groot is ook gehecht aan de markante motor, maar het lijkt hem financieel niet haalbaar om de machine te

behouden: "Sentiment mag over het algemeen geen geld kosten..."

Een Nederlandse machinist die op de huidige Noble Roger Eason vaart, rept op een internetdiscussie van 'een prachtig stuk

techniek waar ik nog regelmatig naar sta te kijken en van kan genieten als hij draait.' Maar hij meldt ook dat zijn

Amerikaanse werkgever niet zo onder de indruk is van het Nederlandse stukje technisch vernuft.

De grote vraag: waar moet je - als de operatie al te financieren zou zijn - met zo'n enorme diesel naartoe? Rodenburg is

vrijwilliger bij techniekmuseum HEIM en zou de nieuwe locatie dus wel weten. Al is die motor dan wel wat groot, beaamt hij.

"Maar al zou het alleen maar de kop of een zuiger zijn. Dan begrijpt iedereen de imposante afmetingen..."

Reageren


Container_opinie

Poll

Markelo moet een randweg krijgen