'Het Onding Trilt en Lekt Ontzettend', zo omschreven veel machinisten de
HOTLO van Stork. Maar allemaal hebben ze wat met de motor. Een stichting wil
het laatste varende exemplaar terugbrengen naar Hengelo.
Ze zijn allemaal machinist geweest en hebben op schepen gevaren die werden
aangedreven door een oerdegelijke HOTLO van het Hengelose Stork. Dat was in
de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, en ze zijn die machine nooit
meer vergeten. "Je had er een echte haat-liefde verhouding mee",
zegt Gert-jan Harmsen uit Bodegraven. Hij is één van de mannen van de
stichting SOS-HOTLO, die de laatste nog draaiende machine naar Hengelo
willen terugbrengen.
"Alles was massief en loeizwaar aan die
motor, maar oerdegelijk", weet Harmsen. De diesel vroeg wél onderhoud.
"Als je als machinist op een lijndienst werkte, dan lag je maar één dag
in een haven. En die tijd moest je gebruiken om alle controles en reparaties
uit te voeren. Dan zag je dus nooit wat." Zulke werktuigkundigen zijn
minder blij geweest met die HOTLO, vermoedt Harmsen. Hij was zelf machinist
op een bulkcarrier. "Zes weken op zee en dan soms een maand binnen. Dan
had je alle tijd voor het onderhoud van de motor."
Hij laat
een filmpje zien van de laatste werkende HOTLO, met z'n indrukwekkende op en
neer bewegende 'jukken' die de uitlaatkleppen bedienen. De motor drijft de
in Brazilië gestationeerde Noble Roger Eason aan. Een mannetje klimt
bedrijvig met een oliekan rond over de kolossale scheepsdiesel, en
veroorzaakt daarmee enige hilariteit bij Harmsen en zijn collega's: "
Da's de Braziliaanse manier van wat extra smering."
Van de
befaamde scheepsdiesel heeft Stork in Hengelo er zo'n 250 gebouwd, in
verschillende uitvoeringen. HOTLO staat voor Hesselman verbrandingskamer,
direct Omkeerbaar Tweeslag, Langsspoeling Oplading. Maar veel machinisten
hadden een eigen uitleg voor de afkorting: Het Onding Trilt en Lekt
Ontzettend. En een werktuigkundige met dichtersbloed rijmde eens: 'Hier
staat te stampen, negen poten zwaar, gehuld in oliedampen, de Twentse
Ooievaar.' Die vogel, dat was dus het Stork-logo.
Harmsen ontdekte
twee jaar geleden dat er nog een schip rondvoer met een HOTLO. Het was de
voormalige Schouwen, die in 1976, in dienst van boormaatschappij Neddrill,
werd omgebouwd tot boorschip en daarbij de naam Neddrill 2 kreeg. Het
bedrijf ging in 1996 over naar Noble Drilling Services in de Verenigde
Staten. En de Neddrill 2 kreeg weer een nieuwe naam, Noble Roger Eason. Die
vaart nog altijd rond met de onverwoestbare Hengelose scheepsdiesel.
De oud-machinist uit Bodegraven nam contact op met twee Nederlandse
machinisten aan boord van het schip, vernam tot zijn verontrusting dat de
motor zou worden gesloopt en alarmeerde oud-collega's in het hele land, met
het doel om de motor voor de schroothoop te behoeden en terug te brengen
naar Hengelo. Dat leidde tot de oprichting van de stichting SOS-HOTLO, met
Hengeloër Cor Homans als het coördinerend middelpunt.
Inmiddels is het belangrijkste onderdeel van de operatie geslaagd: de
stichting mag de HOTLO hebben. Voor niks. Het bleek namelijk dat er nogal
wat Nederlanders bij het Amerikaanse bedrijf werken. Dat maakte het allemaal
wat gemakkelijker. De huizenhoge scheepsdiesel gaat er in 2012 uit, in de
haven van Angra dos Reis, 150 kilometer van Rio de Janeiro. Er is dus nog
twee jaar om het vervoer te regelen. Maar de stichting staat er inmiddels
niet meer alleen voor. Er hebben zich al tientallen mensen gemeld, die
allemaal nog wat met de HOTLO hebben: ze werkten als Storkiaan nog mee aan
de bouw van de roemruchte machines, of ze voeren er als machinist mee over
de wereldzeeën. "Ze hebben allemaal hun diensten aangeboden",
zegt Harmsen. De bestemming is, wat de stichting betreft, helder: het
Industrieplein, vlakbij het oude Stork.
30 januari 2010


Sorteer reacties














