DE LUTTE - De kleine bonte specht hakt driftig in een weidepaal.
Verderop in het dal van de langsstromende Dinkel loopt een koppeltje reeën. Voor Ben (47) en Jutta (44) Westerik zijn het weliswaar alledaagse tafereeltjes, maar ze genieten er elke keer weer van. Evenals hun gasten op de natuurkampeerplaats De Kunne aan de Zandhuizerweg in De Lutte, gelegen op wat zonder enige twijfel één van de mooiste stukjes van Nederland is. "We zitten tussen de boerderij van televisieboer Frans Zanderink en 'n Greun'n Stet in Het Lutterzand, helemaal langs De Dinkel. Door het bos is 'n Greun'n Stet maar 150 meter van ons verwijderd. Je ziet 's avonds dan ook regelmatig campinggasten naar dat mooie stukje meanderende rivier en de steile Dinkelwand toe lopen. Dan drinken ze iets verderop bij Het Paviljoen een biertje en vervolgens wandelen ze terug."
Jutta, van oorsprong uit het Duitse Westerkappeln, serveert deze ochtend gebak bij de koffie. Gemaakt met pruimen uit de eigen tuin. De campinggasten vinden haar een echte sfeermaakster. Met kleurige plantenbakken, lampjes en 's avonds kaarsjes maakt de gastvrouw van De Kunne alleen al van het betreden van het kampeerterrein een feest.
Deze vakantieweken is er nagenoeg geen plekje vrij. De Kunne heeft vergunning voor veertig plaatsen maar er zijn er nooit meer dan 35 bezet. "We willen onze gasten de ruimte geven, dus dat doen we bewust", vertelt Ben Westerik.
De caravans met voortenten en een enkele camper staan keurig gerangschikt op het terrein. Met uitzicht op het Dinkeldal, de bosrand van het aangrenzende natuurgebied Lutterzand of de eiken op het oude boerenerf.
Ben's ouders begonnen rond de oorlogsjaren met tentplaatsen in het bos. Kamperen voor twee gulden in de week. Beginjaren zeventig werd het allemaal wat minder in de landbouw en kwamen er vijftien plaatsen. "Zes jaar terug", wijst Ben Westerik over het glooiende maar strak gemaaide campingterrein, "zijn we naar veertig plaatsen gegaan." Hij wijst op de voortenten. "Kijk", legt hij uit, "de helft van onze plaatsen heeft een aantal vierkante meters recreatieklinkers. Daar zet je de caravan achter en de voortent erop. Je kunt de tentharingen door de klinkers steken en je hebt nooit meer last van plassen water voor de deur van de caravan."
Zo wordt er op De Kunne overal over nagedacht. Zeker als het gaat om het beheer van de in totaal 28 hectare grond. Tien hectare is al nieuwe natuur geworden. Dat betekent zorgvuldig graslandbeheer waarbij Westerik op deze gronden pas na 1 augustus zijn Blonde d' Aquitaines (vleesveekoeien) laat weiden. Hij heeft in het Dinkeldal vier kikkerpoelen aangelegd. Door geen kunstmest te gebruiken en vaker te maaien wordt de ondergrond bewust verschraald en wordt geprobeerd de oorspronkelijke flora terug te krijgen.
Op de camping heerst een serene rust. De hoofdzakelijk vijfenvijftigplussers die hun spulletjes prima voor elkaar hebben, groeten elkaar of maken een kort praatje. "De meesten gaan hun eigen gang. Ze willen hier niet vermaakt worden met allerlei evenementen en spelen. Liever stappen ze op de fiets voor tochten van dertig tot vijftig kilometer. Naar Bad Bantheim, het Gildehauser Ven, naar Denekamp of naar Oldenzaal. Wat dat betreft liggen we hier zeer centraal en kun je overal zo de natuur in."
Veel campinggasten komen elk jaar weer. Of soms meerdere keren per jaar. "Een enkele keer gaat het kamperen hier over van de ouders op de kinderen", vertellen Ben en Jutta tijdens een wandeling over het terrein. Ze laten trots hun was-, douche- en toiletgebouw zien. Ingericht in twee voormalige kippenhokken, waar vader Westerik vroeger zeshonderd hoenders hield. Het is er brandschoon. Jutta koos bewust voor gele kleuren voor de damesafdeling en voor blauw voor de heren. "Geel is de kleur van de zon", lacht zij, "en de dames zijn toch vaak het zonnetje in huis...".
Gezien de ligging niet ver van de oude route van en naar Duitsland en de nieuwe grens op de A1/E30, bivakkeren er nogal eens gasten op De Kunne die op doorreis zijn naar of terugkomen uit Scandinavië. Meestal blijven die maar een dag. Veel gasten reserveren voor langere tijd, soms weken achtereen. "Het zijn vooral mensen die de rust, de natuur en toch het comfort op onze camping weten te waarderen", zegt Jutta.
Moeder Westerik is naar de dagopvang in Losser. Maar als het even kan zit ze op haar vertrouwde stekje op het erf en maakt ze een praatje met de gasten. Net als vroeger. "Wij doen dat ook, maken ook bewust elke dag even een wandelingetje over het terrein. Mensen willen je toch graag even zien en een praatje aanknopen", zeggen Ben en Jutta. En voor de zoveelste keer zeggen ze deze ochtend vriendelijk 'goedemorgen' tegen een campinggast.














