Heel veel kabels in het plafond

Auteur: door Saskia Minkman |   donderdag 21 augustus 2008 | 03:15 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 21 augustus 2008 | 03:17

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
HENGELO - Nieuwe tijden, nieuwe eisen.
Een patiënt in nood wordt tegenwoordig omgeven door hightechapparatuur. Voor de hulpverleners moet er plek zijn, maar de apparatuur van nu vraagt eveneens om veel ruimte. "Vijftien jaar geleden ging een patiënt heel snel naar de kliniek en werd daar verder behandeld. Nu vindt de behandeling veel vaker ter plekke plaats", zegt Johan Damveld, hoofd Spoedeisende Hulp, Intensive Care en Operatiekamers van de Ziekenhuisgroep Twente waar het SMT onder valt.

De nieuwe Spoedeisende Hulp is bijna klaar. Eind september worden er de eerste patiënten behandeld. De traumakamers worden een van de paradepaardjes van het ziekenhuis. "Dáár gebeurt het", zegt Damveld.

De traumatoloog, de anesthesioloog en de radioloog; voor alle disciplines moet er voldoende ruimte zijn en moeten ze bij de juiste apparatuur kunnen komen. Dat de apparatuur in toenemende mate sneller, beter en technisch ingewikkelder is, is te zien aan het plafond van een traumakamer. "Dat is een ware puzzel. Als je ziet hoeveel kabels daar in zitten, dat is ongelooflijk." Er ligt geen kabeltje op de vloer. "Hoeft er ook niemand te struikelen."

Niet alleen de traumakamers zijn groter - het zijn er nu vijf, straks zijn het er negen - ook de ruimte voor de ambulancemedewerkers zal ruimer en professioneler worden. Er moet bijvoorbeeld voldoende ruimte zijn voor de draaicirkel van de ambulance. Nu rijden de wagens over een tijdelijk baan; straks komt er een nieuwe, permanente aanrijroute. Damveld: "Zitten we midden in de zomer te vergaderen over wat je met de aanrijbaan moet doen als het gaat ijzelen." Ook in andere opzichten is de nieuwe afdeling een verbetering. Zo keert straks de eigen ingang weer terug, iets dat de Spoedeisende Hulp jaren heeft gehad. De ingang werd gesloten toen de verbouwing begon. Daardoor kwam het sporadisch wel eens voor dat traumagevallen via de centrale ingang, langs het bezoekersrestaurant, moesten worden vervoerd. De receptionistes bij de centrale ingang zijn daarop voorbereid: er is extra eerstehulpmateriaal beschikbaar en er staat een extra brancard. Straks is er weer ouderwets een spoedeisende ingang beschikbaar.

Voor de inrichting van de Spoedeisende Hulp is ondermeer een bezoek gebracht aan het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam. In Hengelo wordt al een tijdje gewerkt met het Manchester Triage systeem, waarbij patiënten, afhankelijk van hun verwondingen, in een urgentiecategorie worden ingedeeld. "Dat bevalt goed", zegt Damveld. "Patiënten begrijpen nu beter waarom ze moeten wachten, bijvoorbeeld omdat er net iemand na een zwaar ongeval is binnengebracht."

De wachtruimte voor de Spoedeisende Hulp wordt vernieuwd en verruimd. Dat is alleen al nodig om de toestroom aan te kunnen, zegt Damveld. Het aantal bezoekers aan de afdeling is de laatste tien jaar verdubbeld; van achtduizend naar zestienduizend per jaar. 55 procent komt zonder verwijzing van een huisarts rechtstreeks naar de eerste hulp. Die trend is zichtbaar in het hele land. Het OLVG, waar het SMT is gaan kijken, heeft daar als enige spoedeisende hulp in het centrum helemaal mee te kampen. Daar komen per jaar 45.000 mensen naar toe; zeventig procent komt rechtstreeks, zonder tussenkomst van wie dan ook.

De trend in ziekenhuisland is dat alle zorg rondom de patiënt wordt georganiseerd. Dat zal ook bij het SMT gebeuren. De Spoedeisende Hulp staat in rechtstreekse verbinding met de Eerste Harthulp, waarvoor in het SMT steeds meer mensen komen. De operatiekamers en de intensieve zorg liggen direct boven de afdeling. Damveld: "Op deze wijze realiseer je een kern in het ziekenhuis met korte lijnen, om zo optimaal mogelijk de acute zorg te verlenen."

Reageren