HENGELO - Twee bewaarschriften, elk over het zelfde geval, maar verder totaal verschillend van inzet, moet de commissie bezwaarschiften woensdag 27 augustus behandelen. Fred Bellers maakt bezwaar tegen een dwangsom die hem boven het hoofd hangt als hij zijn boomhut, waterput, houtopslag en berging aan de Pruisische Veldweg niet afbreekt.
Zes omwonenden protesteren juist tegen het uitstel voor de sloop, dat
Bellers van de gemeente kreeg.
De gemeente heeft Bellers uitstel
gegeven en wil onderzoeken of het mogelijk is de boomhut en de waterput op
te nemen in een nieuw bestemmingsplan dat voor dit gebied in voorbereiding
is. Dat zegde wethouder G. Weber Bellers toe na een bezoekje aan het stuk
land, dat de cameraman aan het spoor naar Enschede bezit. Weber was onder de
indruk van het stukje vakmanschap boven in de boom waar Bellers in zijn
vrije tijd, samen met zijn vrienden van geniet.
In zijn
bezwaarschrift wijst Bellers de commissie erop dat volgens hem de buren
feitelijk geen probleem hebben met boomhut, houtopslag of waterput, maar dat
ze zich storen aan 'het geloop' langs hun huis van 'ongure types'. Hij wijst
erop dat dezelfde buren het plan hebben opgevat om de toegangsweg met een
hek af te sluiten, wat volgens hem 'niet toevallig' is. Hij heeft voor die
toegangsweg wel recht van overpad, betoogt hij.
Raadsman Van
Zundert van Kienhuis Hoving Advocaten laat namens de zes omwonenden weten
niet te begrijpen waarom Bellers uitstel is verleend. Als reden was genoemd
dat de termijn van 24 juni niet haalbaar zou zijn, maar , zo wordt gezegd,
het verwijderen van een boomhut en de andere bouwsels is een zeer eenvoudige
handeling is. 'Waarom zou die datum niet haalbaar zijn?'
Van
Zundert laat alvast weten dat 'omwonenden totaal niets voelen voor enige
vorm van handhaving van de door de heer Bellers in het leven geroepen
situatie'. Zij stellen dat 'de oorspronkelijke kwaliteit van deze bosenclave
is aangestast door illegaal kappen van talrijke bomen'. De raadsman betoogt
dat 'door een legalisering in overweging te nemen, wordt gehandeld in strijd
met de belangen van omwonenden'. Het zou een premie betekenen op het bewust
handelen in strijd met redelijke voorschriften die mede beogen de belangen
van omwonenden te beschermen, stelt hij. In het bezwaar wordt mede gewezen
op het gevaar dat volwassenen of kinderen lopen op de trap van de boomhut of
bij de put, ook als Bellers er niet is om alarm te slaan. Het stukje land is
immers niet afgesloten. Bellers op zijn beurt zegt dat niet alle buren die
worden genoemd in het bezwaarschrift, achter de inhoud ervan zouden staan.














