HENGELO - Jochem Hausberg was laatste brouwmeester van Hengelo Bier.
Het fotoalbum komt op tafel. Taferelen van een dagje zeevissen met de collega's op de Wadden, een reisje naar Londen om de medailles van een biercompetitie op te halen en het plaatsen van een nieuwe stoomketel - van Stork uiteraard. Jochem Hausberg (80) was van 1958 tot 1985 brouwmeester bij Hengelo Bier. De geschiedenis van deze onderneming herleeft in het Historisch Museum Hengelo, waar morgen de expositie over de oude, roemruchte Hengelosche Bierbrouwerij wordt geopend. De in Duitsland opgegroeide en opgeleide brouwmeester ging er in januari 1958 aan de slag. "Vooral het brouwhuis was heel mooi, dat was bovendien vrij nieuw", weet hij nog. "Maar de rest was nogal gedateerd." Hij bedoelt dat het er een rommeltje was. Het eerste wat hij liet doen: "Schoonmaken en nog eens schoonmaken." Dat was noodzakelijk om het risico op infecties van het bier te minimaliseren...
In zijn jaren werd er best stevig geïnvesteerd, onder meer in een nieuwe lager- en gistkelder. Maar dat kostte veel overredingskracht, Want de eigenaren, de Meijlings, waren volgens Hausberg nogal op de centen. "Je kon alle ideeën kwijt, zo lang het maar geen geld kostte."
En anders moest je wel een heel goed verhaal hebben. Zo kwam de nieuwe bottellijn er pas nadat een profijtelijk beeld was geschetst: het aantal medewerkers bij de lijn kon terug van vijftien naar drie, terwijl de capaciteit omhoog stuiterde van 12.000 naar 80.000 flesjes per uur. "Ze vroegen ook altijd of het niet goedkoper kon. Dan moesten wij weer voorrekenen dat de onderhoudskosten dan óók omhoog gingen..."
De brouwerijchauffeurs waren een klasse apart. Die leverden dagelijks gemiddeld aan zo'n dertig cafés, konden moeilijk altijd een aangeboden pilsje weigeren en wilden daarom nog wel eens enigszins aangeschoten in Hengelo arriveren.
Hausberg, vol respect: "Maar ze wisten hun wagens altijd feilloos in de loods te parkeren. Dertig centimeter tussenruimte en nooit een deukje. Let wel: dat waren joekels van wagens, met aanhangers. Als ze dan echter op hun fiets stapten, rolden ze er aan de andere kant weer af..."
De relaties met het plaatselijke politiekorps waren ook opperbest. De jaarlijkse voetbalwedstrijd tussen de politie en de brouwerij was altijd een legendarisch hoogtepunt. Dat ging er dan bikkelhard aan toe: "Trappen en krabben." Na afloop verplaatste het gezelschap zich steevast naar de Taveerne, de befaamde bruine kroeg op het brouwerijterrein. "Ja, dan was de sfeer weer uitstekend!"
Na de overname door Stella Artois in 1974 draaide de brouwerij nog ruim tien jaar door. "Ze hadden beloofd de werkgelegenheid in Hengelo tenminste tien jaar in stand te houden. Daar hebben ze zich keurig aan gehouden."
Jochem Hausberg moest zelf in 1985 het veld ruimen, drie jaar later werd de productie stilgelegd. Die laatste jaren waren niet de leukste, er waren veel spanningen met de Belgische eigenaren. "We riepen ook vaak tegen ze: "Dit is Leuven niet, dit is Hengelo...!"














