De technische recherche arriveert bij basisschool Het Stadsveld, waar Henk Koop om het leven gebracht werd. Archieffoto: Reinier van Willigen
(door Frank Timmers)
ALMELO/ENSCHEDE - Het Openbaar ministerie in Almelo is nalatig geweest in de moordzaak op conciërge Henk Koop uit Enschede. Daardoor heeft relevante informatie over bloedsporen noch de verdediging noch de rechtbank bereikt.
Dat stelt advocaat Jeroen Ruarus uit Delden, die de tot twaalf jaar cel veroordeelde Pool P. bijstaat. Het hoger beroep in deze zaak dient later dit jaar. Ruarus zegt dat pas nu boven water is gekomen dat officier van justitie Y. Oosterhof maart 2008 het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) vroeg nog eens te kijken naar de bloedsporen in de school waar Koop neergestoken werd gevonden. De interpretatie van dweil-, voet- en bandensporen speelde mee bij de vraag in welke volgorde zich zaken rond de dood afspeelden.
Uit de stukken waarin deze krant inzage heeft gehad, blijkt dat de aanvraag voor nader onderzoek 11 maart werd ingediend. 15 april was de zitting waarin Oosterhof eiste. 29 april deed de rechtbank uitspraak. 26 juni kwam het NFI met de uitslag.
Het belangrijkste verwijt dat Ruarus de officier maakt is dat hij en de rechtbank niet zijn ingelicht over deze onderzoeksvraag. “Kennelijk was er twijfel bij de officier”, zegt hij. Het had tot een uitstel moeten leiden.
Daar komt bij dat het rapport volgens hem aantoont dat er nauwelijks iets over de volgorde van bloedsporen kan worden gezegd. P. heeft altijd ontkend en Ruarus houdt het voor mogelijk dat er een derde in het spel is.
Het Openbaar Ministerie in Almelo wil niet reageren omdat de zaak nog onder de rechter is. Voor de rechtbank in Almelo voerde Oosterhof indertijd tal van bewijzen aan en was de volgorde van de bloedsporen beperkt van belang.














