ENSCHEDE - "Het is zomer, maar de Stadshaard brandt. Het ketelhuis van Essent, vormgegeven door Hugo Kaagman, is zo’n gebouw waar iedereen meteen een mening over heeft. Je vindt het prachtig, of aanstootgevend. Een ontsierende afleiding van de naastliggende Mariakerk, of een object met ballen; het toefje op de Roombeektaart.
Zie ook:
Wat is het?
Voor een stadsdichter is het meer dan voldoende als een gebouw in Enschede zo evident tot ieders verbeelding spreekt. Het mengt traditie met vernieuwing. Het is onontkoombaar.
Het gebouw is zijn eigen statement. Zoals een ouderwetse spreuk in Delfts blauw: soms irritant, maar geen speld tussen te krijgen. We moeten wel in hem geloven. Dat is voor mij de inspiratie geweest die heeft geleid tot een serie van zeven zomergedichten met als titel:Gedichten voor bij de Stadshaard", aldus stadsdichter Frank Wijering
Aflevering 7 (slot):
De trans: formator
(verslag van een reis: in de Stadshaard)
Wij waren er en wij hebben het:
overleefd. In het brandpunt
van de Stadshaard zagen wij het licht:
energie is niets dan transformatie
van beweging, wat zeg ik: niets staat vast!
Wie mij niet begrijpt zeg ik: wartaal
is ook taal, wat zeg ik: kunst is het onbegrijpelijke
omzetten in materie, dat zeg ik: energie is wat
alles op zijn plek houdt tot het niet langer gaat.



Sorteer reacties














