ENSCHEDE - "Het is zomer, maar de Stadshaard brandt. Het ketelhuis van Essent, vormgegeven door Hugo Kaagman, is zo’n gebouw waar iedereen meteen een mening over heeft. Je vindt het prachtig, of aanstootgevend. Een ontsierende afleiding van de naastliggende Mariakerk, of een object met ballen; het toefje op de Roombeektaart.
Zie ook:
Wat is het?
Voor een stadsdichter is het meer dan voldoende als een gebouw in Enschede zo evident tot ieders verbeelding spreekt. Het mengt traditie met vernieuwing. Het is onontkoombaar.
Het gebouw is zijn eigen statement. Zoals een ouderwetse spreuk in Delfts blauw: soms irritant, maar geen speld tussen te krijgen. We moeten wel in hem geloven. Dat is voor mij de inspiratie geweest die heeft geleid tot een serie van zeven zomergedichten met als titel:Gedichten voor bij de Stadshaard", aldus stadsdichter Frank Wijering
Aflevering 6:
Bij zinnen
(over wat niet begraven kan worden)
Mijn oom Johan is nu net zo dood
als de Enschedese textiel
maar toch hangen ze samen
nog rond in eindeloos gesponnen
verhalen: constructies
die cirkelen om tegelwijsheden
zoals dat alles draait
om kameraadschap
en dat het een groter geluk is
samen niks te hebben dan alleen
net iets meer. Het leven
sloeg hem misschien
harder dan weefgetouwen
maar hij verstond de kunst
daar zo mooi omheen te vertellen
dat iedereen hem graag geloofde, want alleen
zo bleef een mens bij zinnen.



Sorteer reacties














