ENSCHEDE - "Het is zomer, maar de Stadshaard brandt. Het ketelhuis van Essent, vormgegeven door Hugo Kaagman, is zo’n gebouw waar iedereen meteen een mening over heeft. Je vindt het prachtig, of aanstootgevend. Een ontsierende afleiding van de naastliggende Mariakerk, of een object met ballen; het toefje op de Roombeektaart.
Zie ook:
Wat is het?
Voor een stadsdichter is het meer dan voldoende als een gebouw in Enschede zo evident tot ieders verbeelding spreekt. Het mengt traditie met vernieuwing. Het is onontkoombaar.
Het gebouw is zijn eigen statement. Zoals een ouderwetse spreuk in Delfts blauw: soms irritant, maar geen speld tussen te krijgen. We moeten wel in hem geloven. Dat is voor mij de inspiratie geweest die heeft geleid tot een serie van zeven zomergedichten met als titel:Gedichten voor bij de Stadshaard", aldus stadsdichter Frank Wijering
Aflevering 5:
Als de zee komt
(advies bij naderend onheil)
Als het ooit zover komt
dat de zee de boulevard
van Enschede bereikt
roep dan niet om hulp,
wacht niet op een ark
en vlucht niet naar het oosten
weg, nee: als je bang bent
voor het wassende water
ontvouw dan je paraplu
vul je handtas met ijdele hoop
en ga met een glimlach op weg
naar het Hoge Land.



Sorteer reacties














