ENSCHEDE - "Het is hartje zomer, maar de Stadshaard brandt. Het ketelhuis van Essent, vormgegeven door Hugo Kaagman, is zo’n gebouw waar iedereen meteen een mening over heeft. Je vindt het prachtig, of aanstootgevend. Een ontsierende afleiding van de naastliggende Mariakerk, of een object met ballen; het toefje op de Roombeektaart.
Wat is het?
Voor een stadsdichter is het meer dan voldoende als een gebouw in Enschede zo evident tot ieders verbeelding spreekt. Het mengt traditie met vernieuwing. Het is onontkoombaar.
Het gebouw is zijn eigen statement. Zoals een ouderwetse spreuk in Delfts blauw: soms irritant, maar geen speld tussen te krijgen. We moeten wel in hem geloven. Dat is voor mij de inspiratie geweest die heeft geleid tot een serie van zeven zomergedichten met als titel:Gedichten voor bij de Stadshaard", aldus stadsdichter Frank Wijering
Aflevering 3:
Stadsveldprinses
(een open rekening)
’s Morgens rolt hij stinkend
ons bed uit en kruipt
naar zijn baas: een magnaat
in stenen textiel
Zijn maatschappelijke ladder
bestaat uit een steiger
en onbereikbaar zicht
op de hoogwerker
’s Middags eet hij vloekend
zijn gesmeerde boterham
belegd met ossenworst
(een stier zonder ballen)
Het is een goede jongen
echt, hij eert zijn vader
en schreeuwt op zaterdag
zijn zoon uit de achterhoede
’s Avonds zuipt hij
een stuk in zijn kraag
om te vergeten waar
ik ooit goed voor was
Geachte Grolschdirectie
mijn vraag is even retorisch
als religieus: naar wie
wie stuur ik deze rekening?


















