ENSCHEDE - De overlast van dealers, junks en hangjongeren in de omgeving van de Korte Hengelosestraat neemt toe. Winkelend publiek en centrumondernemers nemen het met eigen ogen waar. Met de overlast neemt ook de ergernis toe. Dealers die zich rond de Korte Hengelosestraat en bij de graffitimuur ophouden zijn volgens ingewijden deels afkomstig uit het westen, met name uit Rotterdam. „Als je ze aanspreekt, hoor je meteen dat het geen Tukkers zijn”, zegt een betrokkene.
Hun aanwezigheid alleen al boezemt bij centrumbezoekers angst in. Winkelend publiek mijdt het laatste stuk van de Korte Hengelosestraat. Mensen die hun auto in de Stationsgarage hebben staan, maken liever een ommetje dan dat ze via de onderdoorgangen lopen. Junks en dealers scholen samen op het plein achter de VVV, nabij de graffitimuur die sinds enige tijd enthousiast is beklad met ‘tags’ van de Pen Connection.
Om de overlast in te dammen zijn er plannen om dit binnengebiedje minder toegankelijk te maken door het plaatsen van een hek. Nu dat nog op zich laat wachten, is het moeilijk om doelgerichte acties te ondernemen. De vraag is: wat is de meest geschikte plek voor zo’n afscheiding? Nu nog is het zo dat dealers en verslaafden alle kanten kunnen uitvliegen als ze onraad ruiken. Voor de politie is het daardoor bijna onmogelijk om ze te pakken.
Albert Bootsma, manager van het stadsdeel binnenstad, verkondigde een jaar geleden al dat betrokken partijen de handen ineen moeten slaan om de overlast structureel aan te pakken. De hinder helemaal uitbannen, is een utopie. Junks horen bij de stad. Bootsma’s streven is er op gericht om de situatie ‘beheersbaar’ te maken. Om die reden zijn de ‘hotspots’ in kaart gebracht. Er is - in meer of mindere mate - ook overlast op het Boerenkerkhof aan de Deurningerstraat, het Muziekcentrum aan de Noorderhagen, de Klokkenplas, het laadperron van het muziekkwartier, de omgeving Irenepromenade, de gedoogplek tegenover het Leger des Heils aan de Molenstraat en - net buiten het centrum - in de wijk Tattersall.
En de laatste tijd dus ook vooral op het kruispunt De Graaff/Korte Hengelosestraat. Overlastplekken ‘verkassen’ met regelmaat. Zodra junks en alcoholisten bij - bijvoorbeeld - de ingang van de Jumbo aan de Noorderhagen door extra toezicht worden verjaagd, duiken ze elders in de stad weer op. Dat onderkent iedereen. De aanpak van de overlast is een kwestie van gezamenlijkheid. Van politie (wijkagent, horeca, jeugdagent), welzijnsstichting Alifa (jongerenwerkers), Tactus verslavingszorg, gemeente (stadsdeel centrum) en ondernemers.
De situatie in de Korte Hengelosestraat is bij de politie vaste prik tijdens de dagelijkse briefings, maar er zijn meer locaties die om extra aandacht vragen. Een van de afspraken is dat de politie meer toezicht houdt. Er zijn met regelmaat ‘drugsacties’ gehouden en soms is er een ‘heterdaadje’. De jongerenwerkers van Alifa kennen hun pappenheimers en nemen regelmatig poolshoogte. De deskundigen van Tactus maken af en toe een praatje met verslaafden die voor hun dagelijkse portie naar de binnenstad komen. De omvang van de groep overlastbezorgers wisselt, maar vaak zijn de namen wel bekend en geregistreerd bij de betrokken instanties.
Af en toe boekt een agent of ‘vertrouwenspersoon’ succes. Dan wordt een verslaafde die het eigenlijk niet meer ziet zitten, een behandelprogramma in gepraat. En soms is iemand de situatie waar’ie in is beland zó zat, dat ineens wel wordt gekozen voor opname in een afkickkliniek. Het gaat allemaal langzaam.
Langzamerhand is de situatie bereikt dat voor elke hangjongere, junk of alcoholist een aanpak op maat wordt uitgestippeld. Dat is een langdurig traject dat veel geduld vergt. In het overleg over de overlastplekken in de binnenstad klinkt steeds luider de roep om drastischer maatregelen.
De een is voor structureel toezicht en meer blauw op straat. Een ander pleit voor meer cameratoezicht. Plaats een camera die 360 graden kan draaien op het kruispunt De Graaff en je pikt meteen de Noorderhagen en Marktstraat mee, zeggen zij. Net als het plaatsen van een hek en andere maatregelen, hangt overal een prijskaartje aan. En cameratoezicht heeft weinig zin als de beelden in het politiebureau niet worden ‘uitgekeken’, zoals dat heet. Een bewegingssensor biedt wellicht uitkomst. Bij de discussie over de aanpak van de drugsoverlast praten ook instanties mee als het Keurmerk Veilig Ondernemen en Veilig Uitgaan. Bovendien komt er overleg op gang tussen coffeeshopeigenaar en horeca-ondernemers. De coffeeshop weigert ‘klanten’ die enkele keren per dag wiet halen. Zogenaamd voor eigen gebruik, maar in werkelijkheid geven ze het door aan de veelal minderjarigen op de bankjes rond de ganzenfontein op kruispunt De Graaff. Er is, al met al, nog lang geen sprake van een beheersbare situatie, zoals de stadsdeelmanager die voor ogen heeft. Misschien moeten er wel op meerdere locaties in de binnenstad gedoogplekken komen, opperde Bootsma’s een jaar geleden. Waar? Joost mag het weten. Dan gaat dezelfde discussie spelen als bij de huisvesting van kwetsbare groepen: prima, maar niet bij mij naast de deur alstublieft. Mobiele opvangplaatsen (containers), zoals die ooit aan de Molenstraat stonden of gedoogplekken, vroeg of laat gaat het een keer mis en moet weer iets anders worden bedacht. Betrokken instanties werken er hard aan, maar het duurt sommigen veel te lang. Maatregelen moeten echter wel juridisch zijn afgedekt en (politiek) draagvlak hebben.


Sorteer reacties














