ENSCHEDE - "Het is hartje zomer, maar de Stadshaard brandt. Het ketelhuis van Essent, vormgegeven door Hugo Kaagman, is zo’n gebouw waar iedereen meteen een mening over heeft. Je vindt het prachtig, of aanstootgevend. Een ontsierende afleiding van de naastliggende Mariakerk, of een object met ballen; het toefje op de Roombeektaart.
Wat is het?
Voor een stadsdichter is het meer dan voldoende als een gebouw in Enschede zo evident tot ieders verbeelding spreekt. Het mengt traditie met vernieuwing. Het is onontkoombaar.
Het gebouw is zijn eigen statement. Zoals een ouderwetse spreuk in Delfts
blauw: soms irritant, maar geen speld tussen te krijgen. We moeten wel in
hem geloven. Dat is voor mij de inspiratie geweest die heeft geleid tot een
serie van acht zomergedichten met als titel:Gedichten voor bij de Stadshaard",
aldus stadsdichter Frank Wijering
Aflevering 2:
Het oude postkantoor
(weemoed in Sonnet, niet rijmend, maar met leeswijzer!)
Hier hangt voor altijd het wachten (leespauze)
alle verzegelde uren zijn zorgvuldig
opgeslagen in het collectief
Enschedees bewustzijn: het geluid
van stempels achter veiligheidsglas (weer een pauze)
schuivende schoenen over plaveisel (idem)
tot in de hoge plafonds resonerend
kuchen, de geur van inkt en briefpapier (snuiven)
De loketten stonden strak over de hele lengte
van het gebouw, ruimte en tijd waren toen nog
dimensies zonder volgnummer (hierover nadenken).
In Delfts Blauw gevangen postkantoor zo mooi
dreigende wolken pakken zich samen, maar kunnen ook
op hun beurt niet anders dan achter aansluiten (glimlachen).
Aflevering 1: De
Grote Kerk
Aflevering 3: Stadsveldprinses



Sorteer reacties














