Nu mag ú zeggen hoe het volgens u wél moet

woensdag 17 juni 2009 | 22:10 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 24 juni 2009 | 10:15

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

Vanavond vergadert de gemeenteraad over de bestuurlijke gevolgen van de gijzeling van wethouder Bert Kuiper en vier ambtenaren.

Zie ook:

Daarvoor verantwoordelijk was uitbater O. van café De Rechter. Hij zei wanhopig te zijn geworden door de wijze waarop hij door gemeente Almelo was behandeld bij de aanvraag van een vergunning. De ‘gek gemaakte’ O. kreeg de sympathie van menig Almeloër. Op het internet wist iedereen wel hoe het zat en wat er fout was gegaan. U mag nu vertellen hoe het wel moet. Om te stemmen klikt u op de link onder 'Zie ook'.


Vraag 1
U bent een ambtenaar van de afdeling bouw- en woningtoezicht. Een ondernemer komt bij u omdat hij zijn zaak snel wil verbouwen. Voor zijn plan hoeft de bestemming niet veranderd te worden. Met zijn tekeningen lijkt niets mis en hij wil voldoen aan alle eisen van de vergunning, maar het duurt minstens zes weken voordat die vergunning verleend kan worden. Het is in het belang van zijn onderneming sneller te beginnen. Wat doet u?


a. U bent duidelijk: de regels voorzien niet in het aanvangen van een (ver)bouw zonder vergunning. U deelt de ondernemer mee dat hij gewoon moet wachten tot hij een vergunning heeft, al duurt dat nog twee maanden.


b. U toont begrip voor de situatie, maar geeft aan daar niet over te kunnen beslissen. U adviseert de ondernemer contact op te nemen met de wethouder.

c. U begrijpt dat ondernemers soms snel willen en moeten handelen. U houdt ruggespraak met een collega en geeft vervolgens aan dat bij hoge uitzondering alvast begonnen mag worden, mits daarna ook aan alle eisen van de vergunning wordt voldaan.


d. U knijpt een oogje dicht, zonder daar verder voorwaarden aan te verbinden. „Een kwestie van goed vertrouwen.”



Vraag 2
U bent wethouder. Er komt een ondernemer bij u, die graag snel aan de gang wil met de verbouwing en uitbreiding van zijn onderneming. Hij vraagt om hulp, omdat procedures veel tijd kosten. Zijn voornemen past prima binnen de plannen die de gemeente heeft met de stad, maar hij dreigt af te haken vanwege de tijd.

a. U grijpt de kans om de ontwikkeling van de stad een impuls te geven en neemt uw verantwoordelijkheid: u geeft op de afdeling ruimtelijke ordening aan dat de plannen van de ondernemer met voorrang behandeld moeten worden. Ook geeft u aan dat u, gezien het belang voor de stad, een positief besluit verwacht.

b. U denkt mee, maar geeft de ondernemer aan dat hij geen voorkeurspositie moet verwachten. Wel bespreekt u zijn situatie met het hoofd van de afdeling ruimtelijke ordening en u vraagt het hoofd te bekijken hoe procedures sneller kunnen.

c. U bent duidelijk: de regels voorzien niet in het beginnen met nieuwe ontwikkelingen zolang de ruimtelijke procedures niet doorlopen zijn. U deelt de ondernemer mee dat hij moet wachten tot hij alle vergunningen heeft, al duurt dat nog een jaar.

d. U ‘sondeert’ de kwestie bij enkele bepalende raadsleden, geeft aan dat u sneller wil dan procedures eigenlijk toelaten, en vraagt de raadsleden daaraan mee te werken.



Vraag 3
U hebt als raadslid wel wat in de melk te brokkelen. Vandaar dat een wethouder, een partijgenoot, bij u komt met een ‘probleem’. Hij is benaderd door een ondernemer, die mooie plannen heeft, maar sneller wil dan procedures formeel toelaten. Hij wil graag van u weten of hij (politieke) problemen krijgt wanneer hij er aan meewerkt. In feite vraagt hij of hij er mee verder kan.

a|. U onderkent het belang van de plannen voor de ontwikkeling van de stad. U vindt dat de wethouder alle moeite moet doen om die plannen doorgang te laten vinden. Dat zegt u hem ook en u geeft aan hem te zullen steunen, mochten er vragen komen. U heeft daarover ook een ‘collegiaal overleg’ met de fractieleider van de partij, die ook deel uitmaakt van het college.

b. U onderkent het belang van de plannen voor de ontwikkeling van de stad. U vindt dat de wethouder alle moeite moet doen om die plannen doorgang te laten vinden. Dat zegt u hem ook. Maar hóe de wethouder dat doet, dat wilt u niet weten. En dat zegt u hem ook.

c. U onderkent het belang van de plannen voor de ontwikkeling van de stad. U vindt dat de wethouder alle moeite moet doen om die plannen doorgang te laten vinden. Dat zegt u hem ook. Maar u geeft daarbij ook aan dat u verwacht dat alle procedures op ordentelijke wijze doorlopen worden.

d. U wijst de wethouder direct op zijn eigen verantwoordelijkheid. U wilt van zijn probleem helemaal niets weten. Als hij een probleem heeft, dan moet hij dat maar in de gemeenteraad ter sprake brengen.


Vraag 4
U werkt bij bouw- en woningtoezicht. U krijgt iemand op bezoek die zijn huis wil verbouwen. Maar hij is al begonnen! Er wordt namelijk een baby verwacht en de babykamer moet klaar. Het plan overschrijdt de maximummaten in het bestemmingsplan met een paar centimeter. De welstand heeft het plan nog niet beoordeeld. Wat doet u?

a. U bent heel duidelijk: de regels voorzien niet in het aanvangen van een (ver)bouw zonder vergunning. U deelt de aanstaande vader mee dat hij gewoon moet wachten tot hij een vergunning heeft, al duurt dat nog twee maanden.

b. U denkt mee maar geeft de vader in spé aan dat hij niets moet verwachten. Wel bespreekt u zijn situatie met het hoofd van de afdeling ruimtelijke ordening en u vraagt hem te bekijken hoe procedures sneller afgewikkeld kunnen worden.

c. U knijpt een oogje dicht. U zegt tegen de aanstaande vader dat hij snel met een tekening bij u moet komen en u plaatst er hoogstpersoonlijk het stempel ‘goedgekeurd’ op.



Vraag 5
U bent wethouder. Bij u komt een kennis - en daar heeft u er nogal wat van - die een huis wil bouwen op grond met de bestemming ‘groen’. Uw kennis wil de bestemming graag gewijzigd zien en vraagt of u kunt helpen. De buurt heeft er geen overwegende problemen mee, zo blijkt. Er is echter één directe buurman die pertinent tegen is.

a. U zet al uw sociale en diplomatieke vaardigheden in om de buurman zover te krijgen dat hij akkoord gaat met de bestemmingswijziging. Wanneer dat niet lukt, stemt u alsnog in met een aanvraag van uw kennis om de bestemming te wijzigen

b. U zegt tegen uw kennis dat hij eerst maar eens die buurman moet ompraten, en dan maar eens terug moet komen.

c. U verwijst uw kennis subiet naar een collega.


Vraag 6
U bent wethouder. Een horeca-ondernemer heeft na een moeizaam proces eindelijk zijn vergunning. Iets waar u zelf overigens niet bij betrokken bent geweest. De ondernemer houdt een feestje en nodigt u uit.

a. U wilt geen praatjes dat u iets voor de ondernemer ‘geregeld’ heeft, en slaat de uitnodiging beleefd af.

b. U stuurt een van uw ambtenaren als gemeentelijk vertegenwoordiger.

c. U heeft een gezellig avondje met een paar genoeglijke pilsjes aan de bar.



De vragen en de antwoorden staan ook op de website van De Twentsche Courant Tubantia. Maak uw keus op www.tctubantia.nl/regio/almelo.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
U mag het zeggen maar wij dicteren.
Neen hoor - 22-06-2009 | 11:01
Mooi stukje maar zitten we nu niet in de herhaling ????
Knip - Dolle Pret
Hier gaat het toch ook over het machtspelleteje
Hoezo machtspelletje

KOM NOU IEDEREEN en ik bedoel iedereen waat toch waar het over gaat !!!!!!

JUIST JA

Over de verhouding van de heer Eshuis (voormalig ambtenaar Gemeente Almelo) met Burgemeester Knip

Heeeeeee wie is de adviseur van Cafe de Rechter enne Dolle Pret ?

Tja ik hoef hier geen Rechter,Raadslid,Redacteur, Wethouder of wie dan ook maar te zijn, gewoon een burger die de krant leest, al was die in de tijd met hun redactie wel iets veller, misschien te vel en werdt hij overgeplaatst, toch niet ...... nee dat geloof ik niet
Jaap - 21-06-2009 | 21:22
Allemaal leuke vragen, Maar ik mis in het rijtje: U bent de buurman die ook belangen heeft en niet zo blij bent met de plannen van de genoemde ondernemers etc. Die termijnen hebben een reden. Ze zijn er niet om burgers te pesten, maar om belangen van andere burgers te beschermen. Die willen ook de gelegenheid hebben om hun zegje te doen.
Tinus - 21-06-2009 | 16:28
Sensationeel! Schandalig! Ophitsend! Koop nu de Nieuwe Tubantia!
Wat is dit voor insinuerende vragenlijst?!
Zeker in combinatie met de kop lijkt dit een inkopper om even snel de onderbuik te vergelijken met incidenten op gemeentelijk niveau. Dat de Tubantia zich hiervoor leent. Van journalistiek heeft het weinig van doen en deze 'vraagstelling' zou de Telegraaf niet misstaan. Je reinste stemmingmakerij. Alsof je roomser dan de paus bent.
Ik zie al voor me welke kant de uitslag van het 'lezersonderzoek' opgaat.
Jammer....
Volgende keer maar weer onafhankelijk neutraal gebracht nieuws?
floris - 20-06-2009 | 21:24
Formele beginselen

Zorgvuldigheidsbeginsel. De overheid moet een besluit zorgvuldig voorbereiden en nemen: correcte behandeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming (art. 3:2 Awb).

Motiveringsbeginsel. De overheid moet zijn besluiten goed motiveren: de feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn (art. 3:46 Awb).

Rechtszekerheidsbeginsel. De overheid moet zijn besluiten zó formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt. Bovendien moet de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen.

Gelijkheidsbeginsel. De overheid moet gelijke gevallen op gelijke wijze behandelen (art. 1 Grondwet).

Vertrouwensbeginsel. Wie op goede gronden -bijvoorbeeld na een duidelijke toezegging- erop mag vertrouwen dat de overheid een bepaald besluit neemt, heeft daar ook recht op.

Verbod van détournement de pouvoir. Een bestuursorgaan mag de hem geattribueerde of gedelegeerde bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor die bevoegdheid is gegeven (art. 3:3 AWB).

Fair-play-beginsel. De overheid moet zich onpartijdig opstellen bij het nemen van een besluit en moet de noodzakelijke openheid en eerlijkheid in acht nemen (art. 2:4 Awb).

Materiele beginselen

Specialiteitsbeginsel. Een bestuursorgaan mag alleen die belangen behartigen waarvoor de betrokken wet of regeling een grondslag biedt (art. 3:4 lid 1 Awb).

Evenredigheidsbeginsel. De overheid moet ervoor zorgen dat de lasten of nadelige gevolgen van een overheidsbesluit voor een burger niet zwaarder zijn dan het algemeen belang van het besluit (art. 3:4 lid 2 Awb).

Vertrouwensbeginsel. Een burger mag, onder bepaalde voorwaarden, kunnen vertrouwen op uitlatingen van een bestuursorgaan waarin dingen worden toegezegd maar die later niet nagekomen (kunnen) worden door het bestuursorgaan.

Verbod op détournement de pouvoir. De overheid mag een wettelijke bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor die bevoegdheid gegeven is (art. 3:3 Awb).



Zo moet het en voor ieder ongeacht zijn/haar achtergrond, religie, geslacht, leeftijd etc
Almeloer - 20-06-2009 | 21:06

Reageren