Vanavond vergadert de gemeenteraad over de bestuurlijke gevolgen van de
gijzeling van wethouder Bert Kuiper en vier ambtenaren.
Zie ook:
Daarvoor verantwoordelijk was uitbater O. van café De Rechter. Hij zei wanhopig te zijn geworden door de wijze waarop hij door gemeente Almelo was behandeld bij de aanvraag van een vergunning. De ‘gek gemaakte’ O. kreeg de sympathie van menig Almeloër. Op het internet wist iedereen wel hoe het zat en wat er fout was gegaan. U mag nu vertellen hoe het wel moet. Om te stemmen klikt u op de link onder 'Zie ook'.
Vraag 1
U bent een ambtenaar van de afdeling bouw- en
woningtoezicht. Een ondernemer komt bij u omdat hij zijn zaak snel wil
verbouwen. Voor zijn plan hoeft de bestemming niet veranderd te worden. Met
zijn tekeningen lijkt niets mis en hij wil voldoen aan alle eisen van de
vergunning, maar het duurt minstens zes weken voordat die vergunning
verleend kan worden. Het is in het belang van zijn onderneming sneller te
beginnen. Wat doet u?
a. U bent duidelijk: de regels voorzien niet in het aanvangen
van een (ver)bouw zonder vergunning. U deelt de ondernemer mee dat hij
gewoon moet wachten tot hij een vergunning heeft, al duurt dat nog twee
maanden.
b. U toont begrip voor de situatie, maar geeft aan daar niet
over te kunnen beslissen. U adviseert de ondernemer contact op te nemen met
de wethouder.
c. U begrijpt dat ondernemers soms snel willen
en moeten handelen. U houdt ruggespraak met een collega en geeft vervolgens
aan dat bij hoge uitzondering alvast begonnen mag worden, mits daarna ook
aan alle eisen van de vergunning wordt voldaan.
d. U knijpt een oogje dicht, zonder daar verder voorwaarden
aan te verbinden. „Een kwestie van goed vertrouwen.”
Vraag 2
U bent wethouder. Er komt een ondernemer bij
u, die graag snel aan de gang wil met de verbouwing en uitbreiding van zijn
onderneming. Hij vraagt om hulp, omdat procedures veel tijd kosten. Zijn
voornemen past prima binnen de plannen die de gemeente heeft met de stad,
maar hij dreigt af te haken vanwege de tijd.
a. U grijpt de
kans om de ontwikkeling van de stad een impuls te geven en neemt uw
verantwoordelijkheid: u geeft op de afdeling ruimtelijke ordening aan dat de
plannen van de ondernemer met voorrang behandeld moeten worden. Ook geeft u
aan dat u, gezien het belang voor de stad, een positief besluit verwacht.
b. U denkt mee, maar geeft de ondernemer aan dat hij geen voorkeurspositie
moet verwachten. Wel bespreekt u zijn situatie met het hoofd van de afdeling
ruimtelijke ordening en u vraagt het hoofd te bekijken hoe procedures
sneller kunnen.
c. U bent duidelijk: de regels voorzien niet
in het beginnen met nieuwe ontwikkelingen zolang de ruimtelijke procedures
niet doorlopen zijn. U deelt de ondernemer mee dat hij moet wachten tot hij
alle vergunningen heeft, al duurt dat nog een jaar.
d. U
‘sondeert’ de kwestie bij enkele bepalende raadsleden, geeft aan dat u
sneller wil dan procedures eigenlijk toelaten, en vraagt de raadsleden
daaraan mee te werken.
Vraag 3
U hebt als raadslid wel wat in de melk te
brokkelen. Vandaar dat een wethouder, een partijgenoot, bij u komt met een
‘probleem’. Hij is benaderd door een ondernemer, die mooie plannen heeft,
maar sneller wil dan procedures formeel toelaten. Hij wil graag van u weten
of hij (politieke) problemen krijgt wanneer hij er aan meewerkt. In feite
vraagt hij of hij er mee verder kan.
a|. U onderkent het
belang van de plannen voor de ontwikkeling van de stad. U vindt dat de
wethouder alle moeite moet doen om die plannen doorgang te laten vinden. Dat
zegt u hem ook en u geeft aan hem te zullen steunen, mochten er vragen
komen. U heeft daarover ook een ‘collegiaal overleg’ met de fractieleider
van de partij, die ook deel uitmaakt van het college.
b. U
onderkent het belang van de plannen voor de ontwikkeling van de stad. U
vindt dat de wethouder alle moeite moet doen om die plannen doorgang te
laten vinden. Dat zegt u hem ook. Maar hóe de wethouder dat doet, dat wilt u
niet weten. En dat zegt u hem ook.
c. U onderkent het belang
van de plannen voor de ontwikkeling van de stad. U vindt dat de wethouder
alle moeite moet doen om die plannen doorgang te laten vinden. Dat zegt u
hem ook. Maar u geeft daarbij ook aan dat u verwacht dat alle procedures op
ordentelijke wijze doorlopen worden.
d. U wijst de wethouder
direct op zijn eigen verantwoordelijkheid. U wilt van zijn probleem helemaal
niets weten. Als hij een probleem heeft, dan moet hij dat maar in de
gemeenteraad ter sprake brengen.
Vraag 4
U werkt
bij bouw- en woningtoezicht. U krijgt iemand op bezoek die zijn huis wil
verbouwen. Maar hij is al begonnen! Er wordt namelijk een baby verwacht en
de babykamer moet klaar. Het plan overschrijdt de maximummaten in het
bestemmingsplan met een paar centimeter. De welstand heeft het plan nog niet
beoordeeld. Wat doet u?
a. U bent heel duidelijk: de regels
voorzien niet in het aanvangen van een (ver)bouw zonder vergunning. U deelt
de aanstaande vader mee dat hij gewoon moet wachten tot hij een vergunning
heeft, al duurt dat nog twee maanden.
b. U denkt mee maar
geeft de vader in spé aan dat hij niets moet verwachten. Wel bespreekt u
zijn situatie met het hoofd van de afdeling ruimtelijke ordening en u vraagt
hem te bekijken hoe procedures sneller afgewikkeld kunnen worden.
c. U knijpt een oogje dicht. U zegt tegen de aanstaande vader dat hij snel
met een tekening bij u moet komen en u plaatst er hoogstpersoonlijk het
stempel ‘goedgekeurd’ op.
Vraag 5
U bent wethouder. Bij u komt een kennis - en
daar heeft u er nogal wat van - die een huis wil bouwen op grond met de
bestemming ‘groen’. Uw kennis wil de bestemming graag gewijzigd zien en
vraagt of u kunt helpen. De buurt heeft er geen overwegende problemen mee,
zo blijkt. Er is echter één directe buurman die pertinent tegen is.
a. U zet al uw sociale en diplomatieke vaardigheden in om de buurman
zover te krijgen dat hij akkoord gaat met de bestemmingswijziging. Wanneer
dat niet lukt, stemt u alsnog in met een aanvraag van uw kennis om de
bestemming te wijzigen
b. U zegt tegen uw kennis dat hij
eerst maar eens die buurman moet ompraten, en dan maar eens terug moet komen.
c. U verwijst uw kennis subiet naar een collega.
Vraag 6
U bent wethouder. Een horeca-ondernemer heeft na een moeizaam proces eindelijk
zijn vergunning. Iets waar u zelf overigens niet bij betrokken bent geweest.
De ondernemer houdt een feestje en nodigt u uit.
a. U wilt
geen praatjes dat u iets voor de ondernemer ‘geregeld’ heeft, en slaat de
uitnodiging beleefd af.
b. U stuurt een van uw ambtenaren
als gemeentelijk vertegenwoordiger.
c. U heeft een gezellig
avondje met een paar genoeglijke pilsjes aan de bar.
De vragen en de antwoorden staan ook op de website van De
Twentsche Courant Tubantia. Maak uw keus op www.tctubantia.nl/regio/almelo.


Sorteer reacties










