ALMELO - Niet alleen vuttende mannen, ook jonge gezinnen en mensen die hun
baan zijn kwijtgeraakt, ontdekken de groentetuin als nuttige en ontspannende
vrijetijdsbesteding.
„Of het door de kredietcrisis komt weet ik niet, maar wij hebben op onze twee complexen lang niet zoveel tuinen vrij als andere jaren. Dat is echt opvallend”, zegt secretaris Tjerk Helbig van volkstuinvereniging De Oase in Enschede. Voor de populariteit van de volkstuinen is een aantal verklaringen te geven. Veel mensen willen graag weten wat ze eten en blieven geen groente die met hulp van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen is gekweekt. Biologisch geteelde groente is in de supermarkt prijzig, ook dat aspect weegt mee. „En wij denken dat als mensen in deze tijd hun baan verliezen ze een nuttige vrijetijdsbesteding zoeken. Het is gewoon een prima manier om je te ontspannen”, verklaart Helbig. Op De Oase is naar zijn schatting 90 procent allochtoon. „Bij die mensen hoort het zelf telen van je groente veel meer bij de traditie. Maar we zien ook een toename van Nederlandse gezinnen.”
In Nederland liggen ongeveer 250.000 volkstuinen. Vroeger waren die complexen bedoeld om stedelingen van gezond en vers voedsel te voorzien. Na de oorlog werd de volkstuin steeds meer een recreatieve voorziening en steeds vaker het domein van grijze mannen. Aan die vergrijzing lijkt met de nieuwe aanwas een einde te komen. Ook woordvoerder Herman Vroklage van de koepel van volkstuinverenigingen, AVVN, ziet de doelgroep veranderen. „De tendens is dat mensen de volkstuin gebruiken om zich terug te trekken, weg van de hectiek. Juist in deze tijd willen mensen hun zorgen van zich afzetten en lekker met de handen in de grond zitten. Ook is er meer behoefte aan vertrouwd voedsel en als je het zelf teelt weet je tenminste zeker dat er geen kunstmest of chemicaliën aan te pas komen.”
Toch gaat de vlag nog niet uit bij de AVVN, want het is niet duidelijk of de nieuwe lichting volkstuiniers ook blijvertjes zijn. „Het lijkt allemaal prachtig, maar we zien ook dat mensen na een jaar weer afhaken. Op de plaatjes in boeken is het allemaal idyllisch maar een moestuin is ook veel werk. Na een jaar zijn ze er dan zelf van genezen of de vereniging zegt de huur op omdat ze de boel niet bijhouden.” Jammer, vindt de kenner, want met een beetje hulp kan het veel beter. „Een volkstuinvereniging zou coaches kunnen aanwijzen: ervaren tuiniers die het leuk vinden om mensen wegwijs te maken en die dingen te leren die je niet in boeken vindt. Ook moeten ze bij een intake-gesprek eerlijk vertellen hoeveel werk zo’n tuin is, dan weten mensen beter waar ze aan beginnen.” Volgens Tjerk Helbig gaat het bij De Oase al zo, al is de coaching meer informeel geregeld. „We leggen duidelijk uit wat de regels zijn, bijvoorbeeld dat je de grond wel zo onkruidvrij moet houden dat anderen er geen last van hebben. Ze krijgen een proeftijd van een jaar. En we geven aan dat ze altijd bij de oude rotten in het vak te rade kunnen want daar leer je het meeste van.” Bij uitgeverij Terra in Arnhem zien ze ondertussen de belangstelling voor boeken over het landleven gestaag toenemen.
Op de website van het ministerie van VROM wordt ook een lans gebroken voor de volkstuin, in een tijd waarin steden steeds meer oprukken en echt elk stukje grond lijkt te worden bebouwd. „Volkstuinen zijn van belang voor de stedelijke leefomgeving en hebben voor veel stadsbewoners een belangrijke betekenis.” Daarom heeft VROM in de Nota Ruimte een verzoek gedaan aan gemeenten om volkstuinen bij herstructurering zoveel mogelijk te ontzien en de aanleg van nieuwe volkstuinen te stimuleren.



Sorteer reacties










