ALMELO - ‘Ik breng het liever hier, dit is een zichtbaar goed doel.’ Mijntje Haakmeester van de Ezra Foundation hoort het vaak. Landelijke inzamelaars van tweedehands kleding voelen de groeiende concurrentie, met elkaar maar ook met de lokale ondernemers en kringloopwinkels. Lokale ondernemers in tweedehands kledij geven aan geen last te hebben van de economische recessie.
„Nee, niet bepaald”, antwoordt Judith ter Maat van Pom en Floor, een winkel in tweedehands kinderkleding, op de vraag of zij iets merkt van de economische crisis. „Onze winkel groeit, maar dat was al zo voor de crisis.” Bij de Ezra Foundation neemt de vraag toe, maar het aanbod houdt gelijke tred. „We hebben boven zelfs nog veel liggen.” Ook Gerrit Talen van kringloopwinkel Het Rondje klaagt niet. „Mensen brengen meer en er wordt meer gekocht. Tot nu toe komt er voldoende binnen om in de vraag te voorzien. Mensen die wel wat te besteden hebben, brengen hun kleding, omdat ze in de gaten hebben dat er ook mensen zijn die het met veel minder moeten doen.”
Stichting KICI (Kleding Inzameling Charitatieve Instellingen) verzamelde in 2011 in Almelo 23.463 kilo tweedehandskleding in. Hoewel er qua volume meer werd ingezameld dan in andere jaren, moest de stichting daar meer moeite voor doen. Dat komt door de barre economische tijden, aldus directeur André Jansen. Mensen gooien minder kleding weg. Ze zijn er zuiniger op en dragen het langer. Ook kopen ze minder nieuw. Anderzijds neemt de vraag in de wereld toe.
Humana en het Leger des Heils, die allebei containers voor tweedehands kleding hebben staan in de Almelose straten, geven andere redenen. Humana wijst op de toenemende concurrentie op de inzamelingsmarkt, van andere stichtingen maar ook van commerciële bedrijven. Omdat textiel steeds meer gerecycled wordt en dus een grondstof wordt, zien bijvoorbeeld ook afvalbedrijven er brood in.



Sorteer reacties
















