Door te stemmen kunnen kiezers invloed uitoefenen op samenstelling van de nieuwe gemeenteraad. Maar hoe dan precies?
Per stembureau wordt geteld op welke kandidaten de stemmen zijn uitgebracht. Ook wordt vastgesteld hoeveel ongeldige en blanco stemmen zijn uitgebracht. De stembureaus geven hun uitslag door aan burgemeester en wethouders. Zij geven de verzamelde gegevens weer door, zodat ze uiteindelijk terechtkomen bij het centraal stembureau (CSB). Bij de gemeenteraadsverkiezingen bestaat het centraal stembureau uit de burgemeester (voorzitter) en vier andere leden. Die leden worden benoemd door B en W. Na het tellen van alle stemmen worden de zetels door het CSB over de verschillende politieke partijen verdeeld.
Daarvoor moet eerst de kiesdeler worden berekend. De kiesdeler is het
aantal stemmen dat een partij nodig heeft om één zetel in de gemeenteraad te
bemachtigen. Dat is dus het totaal aantal geldige stemmen gedeeld door het
aantal beschikbare zetels. Als de kiesdeler bekend is, kan worden berekend
hoeveel zetels de verschillende partijen hebben gekregen. Dat wil zeggen dat
de partij die 20 procent van de stemmen haalt ook ongeveer 20 procent van de
zetels krijgt. Dit heet het systeem van evenredige vertegenwoordiging.
Meestal blijven er daarna nog zetels over, restzetels heten die. Deze
worden verdeeld volgens het systeem van de grootste gemiddelden (bij
gemeenten met negentien of meer gemeenteraadsleden) of volgens het systeem
van de grootste overschotten (bij gemeenten met minder dan negentien
gemeenteraadsleden). Bij de eerste methode wordt het aantal stemmen voor
elke partij gedeeld door het aantal behaalde volle zetels+1. De partij die
nu het grootste aantal stemmen per zetel heeft, krijgt de restzetel
toegewezen. Indien er meer restzetels zijn, wordt deze procedure herhaald
met de nieuwe tussenstand tot de restzetels op zijn. Deze methode werkt
vooral in het voordeel van grotere partijen. Een partij kan met deze methode
meer dan een restzetel behalen. Bij de tweede methode, die van de grootste
overschotten, wordt gekeken naar het aantal stemmen dat over is van het
totaal aantal stemmen na verdeling van de volle zetels. De partij met het
grootste overschot krijgt bij deze methode de eerste restzetel, de partij
met het op één na grootste overschot de tweede, enzovoort tot alle zetels
verdeeld zijn. Deze methode werkt in het algemeen vooral in het voordeel van
kleinere partijen. Elke partij kan hoogstens één restzetel krijgen volgens
deze methode. Partijen die minder dan 75 procent van de kiesdeler hebben
gehaald, komen bij deze methode niet in aanmerking voor een restzetel.
Politieke partijen kunnen hun kansen op een restzetel vergroten door
een lijstverbinding aan te gaan. Bij de verdeling van de restzetels worden
de partijen die onderling hun kandidatenlijsten hebben verbonden als één
partij beschouwd. In Berkelland hebben de PvdA en GroenLinks een
lijstverbinding.
Nadat de zetels door het Centraal Stembureau (CSB) van de gemeente
over de partijen zijn verdeeld, wordt vastgesteld welke kandidaten zijn
gekozen. Er wordt hierbij onder meer gekeken of er kandidaten met
voorkeursstemmen zijn gekozen.
Over het algemeen worden al op de dag van stemming 's avonds
verkiezingsuitslagen bekend gemaakt via het ANP. De officiële uitslag wordt
echter pas twee dagen later vastgesteld. Voor de komende
gemeenteraadsverkiezingen is dit op 5 maart.
Zie voor meer informatie ook:
www.uheefthetvoorhetzeggen.nl.




















