UTRECHT - Nederlandse politiekorpsen hebben nauwelijks zicht op de verblijfplaats van Oost-Europese criminelen in Nederland. Sinds 2004 hebben Polen en mensen uit de Baltische staten geen werkvergunning meer nodig en kunnen ze hier ongecontroleerd reizen en wonen.
De politiekorpsen hebben bijna geen kennis van de werkwijze van Oost-Europese criminelen, die dankbaar gebruik maken van de opheffing van grenscontroles binnen de Europese Unie om in Nederland op grote schaal vermogensdelicten te plegen, zoals systematische zakkenrol-campagnes, autodiefstal en ramkraken.
Inzicht
Volgens René Hesseling, onderzoeker bij politiekorps Haaglanden, staat dit gebrek aan inzicht een effectieve aanpak van rondtrekkende bendes uit Midden- en Oost-Europa in de weg.
"We weten formeel niet waar ze wonen. Daardoor wordt het relatief makkelijk voor, bijvoorbeeld, een opgepakte zakkenroller om na een proces-verbaal elders te gaan wonen. Vaak hoeven ze niet in voorarrest omdat zakkenrollen geen prioriteit is bij justitie. Daardoor raken wij verdachten voor het proces kwijt en kunnen ze niet worden berecht."
De politie heeft het criminologisch instituut van de Universiteit Utrecht, Ciroc, opdracht gegeven onderzoek te doen naar de culturele achtergrond en motieven van Oost-Europese criminelen.
Polen en Baltische Staten
Uit bestaand onderzoek tot dusver blijkt dat het gaat om mannen en vrouwen die vaak afkomstig zijn uit Polen of de Baltische Staten. Het zijn voornamelijk twintigers, ze wonen niet permanent in Nederland.
Officieel zijn ze in Nederland voor werk in de bouw of de agrarische sector, maar criminaliteit is hun beroep. Dat het voornamelijk om professionele criminelen gaat en niet om werkmigranten baseert criminoloog Dina Siegel op de uitstekende voorbereiding van in het oog springende overvallen op geldtransporten én het feit dat de buit terug gaat naar het thuisland.



Sorteer reacties


















