ENSCHEDE – Een derde van de instellingen in de ouderen- en thuiszorg heeft in 2007 verlies geleden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ziet de oorzaak in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die in dat jaar is ingevoerd. Een jaar eerder draaide 17 procent van de instellingen verlies.
Zie ook:
Het bedrijfsresultaat daalde van 429 miljoen (2006) naar 142 miljoen euro in
2007.
Dat blijkt uit cijfers die het CBS woensdag publiceerde. Vooral organisaties
die huishoudelijke hulp leveren, kwamen in de rode cijfers terecht.
Instellingen vervingen massaal hun zorghulpen in loondienst door alfahulpen,
die niet in vaste dienst zijn.
Gemeenten bepalen sinds de invoering van de Wmo wie de zorg mag leveren, hoe
hoog de vergoeding is en hoeveel zorg een cliënt ontvangt. Met de Wmo wilde
de landelijke overheid de marktwerking in de ouderen- en thuiszorg
stimuleren. Gemeenten betaalden in totaal ruim 1 miljard euro aan de
instellingen.
Volgens bestuurder Jan Verschuren van Branchebelang Thuiszorg Nederland
(BTN) viel de prijsstelling van gemeenten tegen. Op veel plekken moest
ineens voor een veel lagere prijs zorg worden verleend, zei hij. In de oude
regeling, de AWBZ, lagen de uurlonen 7 euro hoger dan in de nieuwe situatie.
Bovendien bestaan er twee verschillende zorgverleners: een schoonmaker en
iemand die daarbij ook op het welzijn van de cliënt let. Die laatste persoon
krijgt meer uitbetaald. In de oude situatie waren vooral dit soort krachten
aan het werk. Na de invoering van de Wmo draaiden gemeenten dit om. Uit
cijfers van BTN blijkt dat de branche in 2008 voorzichtig bijtrekt.
Verschuren: „Al liggen de prijzen nog fors onder de maat.”
De thuiszorg moest in 2007 veel onkosten maken om over te gaan op de
aanbesteding. „Veel organisaties hebben dit uitbesteed. Dat kostte miljoenen
euro's.” In 2009 ziet het er rooskleuriger uit. „We gaan al meer richting
nulpunt.”



Sorteer reacties











