IJsland biedt Europa meer dan schulden

Auteur: door Marije Cornelissen en Bas Eickhout (GPD) |   donderdag 23 juli 2009 | 11:20 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 23 juli 2009 | 11:21

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
IJsland wil bij de EU. Foto: ANP

IJsland wil bij de EU. Foto: ANP

IJsland is niet alleen een verarmde schuldenaar, maar ook een potentiële bondgenoot bij de ‘vergroening’ van de Europese Unie. Op het gebied van visserij en energie hebben de IJslanders ons veel te bieden.


Aanstaande maandag (27 juli) bespreken de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU het verzoek van IJsland om ook EU-lid te mogen worden. De toetreding is nog geen gelopen race. Rechtse partijen in Nederland en Duitsland reageren afwijzend. Zij vrezen dat IJsland zijn financiële problemen op de EU wil afwentelen. Door de ineenstorting en nationalisatie van zijn banken worstelt het land nu met een staatsschuld die groter is dan het jaarlijkse inkomen van de ongeveer 320.000 inwoners.


Die angst mist grond. Binnen de EU is elk land verantwoordelijk voor zijn eigen schulden. De IJslanders zullen zelf de rekening moeten betalen voor de roekeloosheid van hun bankiers, die wild dansten op de vulkaan van het casinokapitalisme tot de riskante beleggingen in hun gezicht ontploften. Wat de EU wél kan bieden is grotere stabiliteit. Toetreding tot het Europees wisselkoersmechanisme en – uiteindelijk – de eurozone zullen het vertrouwen in de IJslandse economie bevorderen.


Als eerste stap naar herstel van vertrouwen zal het IJslandse parlement de aansprakelijkheid voor het Icesave-debacle onder ogen moeten zien. Dat is pijnlijk, want het gaat om 13.000 euro per IJslander. Maar een akkoord over terugbetaling van de schulden aan het Verenigd Koninkrijk en Nederland is onmisbaar.


Daarbij moeten de schuldeisers zich hoeden voor onbesuisde acties. Een handelsboycot van IJsland, zoals de VVD heeft geopperd, werkt volstrekt averechts. Dan gaat, na de banken, ook de regering van IJsland failliet. En dan kan minister Bos zeker fluiten naar de 1,3 miljard euro die hij aan Reykjavik heeft uitgeleend om Icesave-spaarders schadeloos te stellen.


Als IJsland opkrabbelt uit de financiële chaos, zal het land snel nettobetaler worden aan de Europese begroting. Maar de Europese ministers moeten de kandidatuur van IJsland niet louter door een financiële bril bekijken. Het eiland heeft immers meer te bieden. Het kan Europa helpen haar economie op een groenere leest te schoeien.


Visserijbeleid


De EU staat voor de uitdaging haar visserijbeleid ingrijpend te hervormen. Als we niet snel stoppen met de overbevissing zwemmen er straks alleen nog maar krabben en kwallen in de Europese wateren.


Reykjavik beschermt zijn visbestanden veel beter dan Brussel. Als het gaat om duurzame vangstpraktijken staat IJsland op de vijfde plaats van alle visserijlanden ter wereld, ver vóór alle EU-landen. Bij de vaststelling van vangstquota laten de IJslanders wetenschappelijke informatie over de visstand zwaarder wegen dan de lobby van vissers en politieke koehandel. Dat is het grote verschil met het Brusselse visdrama.


Het kleine IJsland kan als grote visserijnatie een heilzame invloed uitoefenen op de Brusselse vangstpolitiek. Dan moeten de EU-landen wel de verleiding weerstaan om toegang de tot IJslandse 200-mijlszone af te dwingen voor hun roofzuchtige megatrawlers.


Anders is IJsland beter af buiten de EU, want na het bankenfiasco is de visserij nog de enige belangrijke kurk waar de eilandeconomie op drijft.


Europa moet van IJsland alleen verlangen dat het de walvisvangst beëindigt. Dat doet IJsland echter nauwelijks pijn en maakt de resterende walvisjagende landen meer dan ooit tot internationale paria’s.


Als IJsland toetreedt, krijgt de EU de wereldrecordhouder groene stroom in haar gelederen. Het eiland haalt 99% van zijn elektriciteit uit aardwarmte en waterkracht. Dat duurzame potentieel is nog lang niet uitgeput. Met warmte uit de vulkanische bodem, stromend rivierwater en wind op zee kan IJsland ook groene stroom leveren aan het Europese vasteland.


De techniek voor het vervoeren van elektriciteit over grote afstanden bestaat. Nu al verbindt een onderzeese hoogspanningskabel het Nederlandse stroomnet met waterkrachtcentrales in Noorwegen. Duitse bedrijven willen binnenkort stroomkabels in de Middellandse Zee leggen om zonne-energie te importeren uit de Sahara. Er tekent zich zo een Europees supernet af, waarbij een tekort aan groene stroom op de ene plek wordt opgevangen door toevoer van plekken waar een overschot is. Voor IJsland schept dit supernet nieuwe economische kansen. En de EU wordt minder afhankelijk van vervuilende fossiele brandstoffen uit Rusland en het Midden-Oosten.


Afbetaling van schulden, redding van de visstand en een schonere energievoorziening komen geen stap dichterbij als politici wedijveren wie de hardste taal richting IJsland kan uitslaan. Samenwerken gaat een stuk makkelijker als de IJslanders zich welkom voelen in Europa.


Marije Cornelissen en Bas Eickhout zijn lid van het Europees Parlement voor GroenLinks.

Reageren


Tweespraak