IJsland is niet alleen een verarmde schuldenaar, maar ook een potentiële bondgenoot bij de ‘vergroening’ van de Europese Unie. Op het gebied van visserij en energie hebben de IJslanders ons veel te bieden.
Aanstaande maandag (27 juli) bespreken de ministers van Buitenlandse Zaken
van de EU het verzoek van IJsland om ook EU-lid te mogen worden. De
toetreding is nog geen gelopen race. Rechtse partijen in Nederland en
Duitsland reageren afwijzend. Zij vrezen dat IJsland zijn financiële
problemen op de EU wil afwentelen. Door de ineenstorting en nationalisatie
van zijn banken worstelt het land nu met een staatsschuld die groter is dan
het jaarlijkse inkomen van de ongeveer 320.000 inwoners.
Die angst mist grond. Binnen de EU is elk land verantwoordelijk voor zijn
eigen schulden. De IJslanders zullen zelf de rekening moeten betalen voor de
roekeloosheid van hun bankiers, die wild dansten op de vulkaan van het
casinokapitalisme tot de riskante beleggingen in hun gezicht ontploften. Wat
de EU wél kan bieden is grotere stabiliteit. Toetreding tot het Europees
wisselkoersmechanisme en – uiteindelijk – de eurozone zullen het vertrouwen
in de IJslandse economie bevorderen.
Als eerste stap naar herstel van vertrouwen zal het IJslandse parlement de
aansprakelijkheid voor het Icesave-debacle onder ogen moeten zien. Dat is
pijnlijk, want het gaat om 13.000 euro per IJslander. Maar een akkoord over
terugbetaling van de schulden aan het Verenigd Koninkrijk en Nederland is
onmisbaar.
Daarbij moeten de schuldeisers zich hoeden voor onbesuisde acties. Een
handelsboycot van IJsland, zoals de VVD heeft geopperd, werkt volstrekt
averechts. Dan gaat, na de banken, ook de regering van IJsland failliet. En
dan kan minister Bos zeker fluiten naar de 1,3 miljard euro die hij aan
Reykjavik heeft uitgeleend om Icesave-spaarders schadeloos te stellen.
Als IJsland opkrabbelt uit de financiële chaos, zal het land snel
nettobetaler worden aan de Europese begroting. Maar de Europese ministers
moeten de kandidatuur van IJsland niet louter door een financiële bril
bekijken. Het eiland heeft immers meer te bieden. Het kan Europa helpen haar
economie op een groenere leest te schoeien.
Visserijbeleid
De EU staat voor de uitdaging haar visserijbeleid ingrijpend te hervormen.
Als we niet snel stoppen met de overbevissing zwemmen er straks alleen nog
maar krabben en kwallen in de Europese wateren.
Reykjavik beschermt zijn visbestanden veel beter dan Brussel. Als het gaat
om duurzame vangstpraktijken staat IJsland op de vijfde plaats van alle
visserijlanden ter wereld, ver vóór alle EU-landen. Bij de vaststelling van
vangstquota laten de IJslanders wetenschappelijke informatie over de
visstand zwaarder wegen dan de lobby van vissers en politieke koehandel. Dat
is het grote verschil met het Brusselse visdrama.
Het kleine IJsland kan als grote visserijnatie een heilzame invloed
uitoefenen op de Brusselse vangstpolitiek. Dan moeten de EU-landen wel de
verleiding weerstaan om toegang de tot IJslandse 200-mijlszone af te dwingen
voor hun roofzuchtige megatrawlers.
Anders is IJsland beter af buiten de EU, want na het bankenfiasco is de
visserij nog de enige belangrijke kurk waar de eilandeconomie op drijft.
Europa moet van IJsland alleen verlangen dat het de walvisvangst beëindigt.
Dat doet IJsland echter nauwelijks pijn en maakt de resterende walvisjagende
landen meer dan ooit tot internationale paria’s.
Als IJsland toetreedt, krijgt de EU de wereldrecordhouder groene stroom in
haar gelederen. Het eiland haalt 99% van zijn elektriciteit uit aardwarmte
en waterkracht. Dat duurzame potentieel is nog lang niet uitgeput. Met
warmte uit de vulkanische bodem, stromend rivierwater en wind op zee kan
IJsland ook groene stroom leveren aan het Europese vasteland.
De techniek voor het vervoeren van elektriciteit over grote afstanden
bestaat. Nu al verbindt een onderzeese hoogspanningskabel het Nederlandse
stroomnet met waterkrachtcentrales in Noorwegen. Duitse bedrijven willen
binnenkort stroomkabels in de Middellandse Zee leggen om zonne-energie te
importeren uit de Sahara. Er tekent zich zo een Europees supernet af,
waarbij een tekort aan groene stroom op de ene plek wordt opgevangen door
toevoer van plekken waar een overschot is. Voor IJsland schept dit supernet
nieuwe economische kansen. En de EU wordt minder afhankelijk van vervuilende
fossiele brandstoffen uit Rusland en het Midden-Oosten.
Afbetaling van schulden, redding van de visstand en een schonere
energievoorziening komen geen stap dichterbij als politici wedijveren wie de
hardste taal richting IJsland kan uitslaan. Samenwerken gaat een stuk
makkelijker als de IJslanders zich welkom voelen in Europa.
Marije Cornelissen en Bas Eickhout zijn lid van het Europees Parlement
voor GroenLinks.
















