De les van de affaire rond de Twentse neuroloog

Auteur: door Marianne Boenink |   vrijdag 20 februari 2009 | 13:46 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 27 mei 2009 | 20:55

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Archieffoto: DTCT

Archieffoto: DTCT

De affaire rond neuroloog Jansen Steur, die in het Medisch Spectrum Twente en daarna ook in Duitsland vele verkeerde diagnoses blijkt te hebben gesteld, heeft vele tongen in de maatschappij en de gezondheidszorg in beweging gebracht. Ziekenhuizen, medische beroepsgroepen en politici kunnen er een goede les uit leren.


Een opmerkelijke advertentie verscheen op 12 februari in diverse dagbladen. Het ziekenhuis Medisch Spectrum Twente in Enschede meldde daarin dat er een commissie van onafhankelijke deskundigen is ingesteld die de praktijk gaat onderzoeken van de omstreden neuroloog Jansen Steur die in het ziekenhuis heeft gewerkt.


Doorgaans plaatsen niet-commerciële ziekenhuizen en artsen geen advertenties. Hun werk speelt zich af binnen de muren van het ziekenhuis of zelfs van de spreekkamer. Deze advertentie zegt iets over de uitzonderlijke situatie die was ontstaan. Het vertrouwen in het Enschedese ziekenhuis, maar ook in artsen en de zorg in het algemeen, heeft een forse deuk opgelopen en de advertentie was een poging de schade te herstellen door openheid van zaken te geven.


De advertentie legt bloot dat gezondheidszorg uiteindelijk functioneert bij de gratie van vertrouwen. Mensen gaan naar een arts omdat zij gezondheidsklachten hebben en omdat ze menen dat een arts beter dan zij zelf in staat zal zijn vast te stellen wat er aan de hand is en wat er eventueel aan te doen valt.


Van meet af aan is de arts-patiëntrelatie een relatie tussen expert en leek. Het is voor een patiënt lastig te controleren of een arts de juiste diagnose stelt of de beste therapie voorschrijft. Juist vanwege die principiële oncontroleerbaarheid is er in de medische zorg een systeem van 'checks and balances' ontwikkeld, dat er voor moet zorgen dat niet iedere willekeurige persoon zich kan uitgeven voor arts, dat zorg aan bepaalde standaarden voldoet en dat wanprestaties worden bestraft. Opleidingseisen, wettelijke registratie, protocollen en richtlijnen, inspecties, klachtencommissies en wat dies meer zij moeten gezamenlijk de kwaliteit van de zorg garanderen.


Controle


De affaire rond Jansen Steur laat zien dat dit controlesysteem kennelijk niet waterdicht is. Er zijn inmiddels tal van suggesties gedaan om het lek te dichten. Ziekenhuisbestuurder Kingma streeft naar meer openheid over medische missers, minister Klink wil in navolging van de Tweede Kamer een internationaal register voor zulke missers, en staatssecretaris Bussemaker bepleitte meer mogelijkheden voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Al deze maatregelen zouden de controle op het functioneren van artsen verstevigen en daardoor zeker kunnen bijdragen aan het vertrouwen in de zorg.


Opvallend genoeg versterken deze maatregelen vooral de controle achteraf, wanneer er al iets is misgegaan. Ze zijn vooral effectief bij evidente misstanden, maar gaan er aan voorbij dat diagnostiek en behandeling van ziekte vaak complex zijn, waarbij de grens tussen juiste en onjuiste diagnoses of therapieën helemaal niet zo duidelijk is.


Daarnaast valt op dat deze voorstellen vooral inzetten op externe controle. Artsen zouden meer verantwoording moeten afleggen aan derden, zoals de inspectie. Het streven naar externe verantwoording kan echter perverse effecten hebben. Niemand zit te wachten op zorgverleners die meer tijd kwijt zijn aan hun ´verantwoordingsadministratie´ dan aan hun zorgtaken. Wie zulke maatregelen voorstelt, dient er dus voor te waken dat er geen bureaucratisch waterhoofd wordt gecreëerd dat de kwaliteit van de zorg eerder vermindert dan verbetert.


Het is vruchtbaarder na te gaan hoe veranderingen in de medische praktijk zelf het vertrouwen in die praktijk kunnen herstellen. Daarbij zou het uitgangspunt moeten zijn dat diagnostiek en het bepalen van de juiste therapie complexe activiteiten vol onzekerheden zijn, ook voor ervaren artsen.


Uitwisseling


Menselijke lichamen vertonen nu eenmaal de onhebbelijkheid niet altijd volgens de boekjes te reageren. Meer collegiale uitwisseling zou een manier zijn om met die complexiteit en onzekerheid om te gaan, bijvoorbeeld in de vorm van intervisie, systematische werkbesprekingen of onderlinge visitaties. Het zou dan niet alleen moeten gaan om de naleving van protocollen en procedures, maar vooral om de vraag wat goede zorg is voor concrete patiënten. Zulke collegiale uitwisseling draagt bij aan de voortdurende scholing van de betrokkenen en bevordert de kwaliteit van de zorg, zodat evidente missers zo veel mogelijk voorkomen worden.


Dergelijke werkvormen kunnen bovendien een werksfeer creëren waarin het gebruikelijk is elkaars werk kritisch, maar constructief te bespreken. De traditionele medische cultuur, waarin artsen als ze eenmaal opgeleid waren nauwelijks nog aan kritiek werden blootgesteld, zal niet zonder slag of stoot veranderen. Er bestaan echter al diverse initiatieven die steun en verdere uitbouw verdienen, zoals onderwijs over professioneel gedrag in de artsenopleiding, of onderlinge visitaties.


In de publieke beroering over de affaire Jansen Steur lijkt soms te worden verondersteld dat diagnostiek altijd honderd procent betrouwbaar moet zijn. De keerzijde van de genoemde complexiteit is dat diagnoses ook zonder kwade opzet of pertinente missers onjuist kunnen blijken en dat therapieën niet altijd aanslaan.


Als het gaat om ziekte en gezondheid is het vermogen om met onzekerheid om te gaan dus nog altijd een deugd, waar zowel artsen als patiënten zich meer in zouden mogen oefenen.


Marianne Boenink is verbonden aan de vakgroep Wijsbegeerte van de Universiteit Twente.

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Missers zullen er altijd blijven en ook fouten kunnen gemaakt worden.
Maar hier is er sprake van dat er mensen op de hoogte waren, maar dat niet zeiden.
Men heft dus willens en wetens patienten aan gevaar bloot gesteld.

EIGENBELANG??
Robert - 27-05-2009 | 20:55

Reageren


Tweespraak