De affaire rond neuroloog Jansen Steur, die in het Medisch Spectrum Twente en daarna ook in Duitsland vele verkeerde diagnoses blijkt te hebben gesteld, heeft vele tongen in de maatschappij en de gezondheidszorg in beweging gebracht. Ziekenhuizen, medische beroepsgroepen en politici kunnen er een goede les uit leren.
Een opmerkelijke advertentie verscheen op 12 februari in diverse dagbladen.
Het ziekenhuis Medisch Spectrum Twente in Enschede meldde daarin dat er een
commissie van onafhankelijke deskundigen is ingesteld die de praktijk gaat
onderzoeken van de omstreden neuroloog Jansen Steur die in het ziekenhuis
heeft gewerkt.
Doorgaans plaatsen niet-commerciële ziekenhuizen en artsen geen
advertenties. Hun werk speelt zich af binnen de muren van het ziekenhuis of
zelfs van de spreekkamer. Deze advertentie zegt iets over de uitzonderlijke
situatie die was ontstaan. Het vertrouwen in het Enschedese ziekenhuis, maar
ook in artsen en de zorg in het algemeen, heeft een forse deuk opgelopen en
de advertentie was een poging de schade te herstellen door openheid van
zaken te geven.
De advertentie legt bloot dat gezondheidszorg uiteindelijk functioneert bij
de gratie van vertrouwen. Mensen gaan naar een arts omdat zij
gezondheidsklachten hebben en omdat ze menen dat een arts beter dan zij zelf
in staat zal zijn vast te stellen wat er aan de hand is en wat er eventueel
aan te doen valt.
Van meet af aan is de arts-patiëntrelatie een relatie tussen expert en leek.
Het is voor een patiënt lastig te controleren of een arts de juiste diagnose
stelt of de beste therapie voorschrijft. Juist vanwege die principiële
oncontroleerbaarheid is er in de medische zorg een systeem van 'checks and
balances' ontwikkeld, dat er voor moet zorgen dat niet iedere willekeurige
persoon zich kan uitgeven voor arts, dat zorg aan bepaalde standaarden
voldoet en dat wanprestaties worden bestraft. Opleidingseisen, wettelijke
registratie, protocollen en richtlijnen, inspecties, klachtencommissies en
wat dies meer zij moeten gezamenlijk de kwaliteit van de zorg garanderen.
Controle
De affaire rond Jansen Steur laat zien dat dit controlesysteem kennelijk
niet waterdicht is. Er zijn inmiddels tal van suggesties gedaan om het lek
te dichten. Ziekenhuisbestuurder Kingma streeft naar meer openheid over
medische missers, minister Klink wil in navolging van de Tweede Kamer een
internationaal register voor zulke missers, en staatssecretaris Bussemaker
bepleitte meer mogelijkheden voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Al
deze maatregelen zouden de controle op het functioneren van artsen
verstevigen en daardoor zeker kunnen bijdragen aan het vertrouwen in de zorg.
Opvallend genoeg versterken deze maatregelen vooral de controle achteraf,
wanneer er al iets is misgegaan. Ze zijn vooral effectief bij evidente
misstanden, maar gaan er aan voorbij dat diagnostiek en behandeling van
ziekte vaak complex zijn, waarbij de grens tussen juiste en onjuiste
diagnoses of therapieën helemaal niet zo duidelijk is.
Daarnaast valt op dat deze voorstellen vooral inzetten op externe controle.
Artsen zouden meer verantwoording moeten afleggen aan derden, zoals de
inspectie. Het streven naar externe verantwoording kan echter perverse
effecten hebben. Niemand zit te wachten op zorgverleners die meer tijd kwijt
zijn aan hun ´verantwoordingsadministratie´ dan aan hun zorgtaken.
Wie zulke maatregelen voorstelt, dient er dus voor te waken dat er geen
bureaucratisch waterhoofd wordt gecreëerd dat de kwaliteit van de zorg
eerder vermindert dan verbetert.
Het is vruchtbaarder na te gaan hoe veranderingen in de medische praktijk
zelf het vertrouwen in die praktijk kunnen herstellen. Daarbij zou het
uitgangspunt moeten zijn dat diagnostiek en het bepalen van de juiste
therapie complexe activiteiten vol onzekerheden zijn, ook voor ervaren
artsen.
Uitwisseling
Menselijke lichamen vertonen nu eenmaal de onhebbelijkheid niet altijd
volgens de boekjes te reageren. Meer collegiale uitwisseling zou een manier
zijn om met die complexiteit en onzekerheid om te gaan, bijvoorbeeld in de
vorm van intervisie, systematische werkbesprekingen of onderlinge
visitaties. Het zou dan niet alleen moeten gaan om de naleving van
protocollen en procedures, maar vooral om de vraag wat goede zorg is voor
concrete patiënten. Zulke collegiale uitwisseling draagt bij aan de
voortdurende scholing van de betrokkenen en bevordert de kwaliteit van de
zorg, zodat evidente missers zo veel mogelijk voorkomen worden.
Dergelijke werkvormen kunnen bovendien een werksfeer creëren waarin het
gebruikelijk is elkaars werk kritisch, maar constructief te bespreken. De
traditionele medische cultuur, waarin artsen als ze eenmaal opgeleid waren
nauwelijks nog aan kritiek werden blootgesteld, zal niet zonder slag of
stoot veranderen. Er bestaan echter al diverse initiatieven die steun en
verdere uitbouw verdienen, zoals onderwijs over professioneel gedrag in de
artsenopleiding, of onderlinge visitaties.
In de publieke beroering over de affaire Jansen Steur lijkt soms te worden
verondersteld dat diagnostiek altijd honderd procent betrouwbaar moet zijn.
De keerzijde van de genoemde complexiteit is dat diagnoses ook zonder kwade
opzet of pertinente missers onjuist kunnen blijken en dat therapieën niet
altijd aanslaan.
Als het gaat om ziekte en gezondheid is het vermogen om met onzekerheid om
te gaan dus nog altijd een deugd, waar zowel artsen als patiënten zich meer
in zouden mogen oefenen.
Marianne Boenink is verbonden aan de vakgroep Wijsbegeerte van de
Universiteit Twente.



Sorteer reacties












