'Markt' en staat zijn onmisbaar. Maar ouderen, gehandicapten of zieken tonen ze steeds vaker een grimmig gezicht.
Ze staan buiten de markt, en buiten het politieke hoofdtoneel: lager opgeleiden, gehandicapten, chronisch zieken en ouderen. Het lijkt wel of politici niet beseffen dat ze zelf ook oud worden en misschien ziek.Een fraaie zomermiddag op een marktplein. De schooljongen bloedde hevig omdat zijn hand tussen een stangetje van zijn fiets was gekomen. Hij viel bijna flauw. Uit de nabije apotheek kwam een assistente gesneld die hem liefdevol verbond. Een eenvoudig voorbeeld van behulpzaamheid en zorg. Dat zijn deugden van alle tijden, lichtpuntjes...
Ze vormen een tegenwicht tegen de bedreigingen waaraan mensen bloot staan. Altijd zijn er gevaren geweest: ziekte, wilde dieren, noodweer. Maar ook andere mensen kunnen bedreigend zijn. Te denken valt aan rovers en strijders, maar ook aan twee grote levensdomeinen. Het eerste wordt gevormd door politiek en staat, het tweede door alles wat met uitwisseling van goederen en diensten te maken heeft, kortom de markt. Vooral grote marktpartijen, bedrijven, banken, beheersen het beeld. Beide domeinen bieden veel goeds, want de staat zorgt voor orde en veiligheid, rechtspraak en in de afgelopen eeuw ook voor sociale verzekeringen als de AOW. En de marktwerking waarborgt de uitwisseling van goederen en diensten.
Maar staat en 'markt' hebben ook grimmige kanten, vooral voor mensen in een zwakke positie. Allereerst ontstonden de meeste staten door geweld en werden zij gevormd door een klein kringetje van machtigen, zoals edelen al of niet gesteund door rijke kooplieden en banken. De gewone man was amper in tel. Zo werden er zinloze oorlogen gevoerd, waarin miljoenen prachtige, jonge mensen de dood vonden. De les hieruit is dat men heersers altijd moet wantrouwen. Dat geldt nog steeds ten aanzien van hun besluitvorming, denk aan de verlenging van de missie naar Afghanistan.
Met de opkomst van democratieën en vakbonden werd de macht meer gespreid. Maar de spreiding blijft zeer beperkt. Grote groepen staan vrijwel buitenspel. Chronisch zieken, gehandicapten, veel lager opgeleiden en veel ouderen bevinden zich buiten de machtsarena. Ze hebben de staat weinig te bieden aan belasting en diensten. Ze hebben geen aanzien, missen vaak 'politieke bekwaamheid' en staan zo buiten het eigenlijke politieke strijdperk. In parlement en gemeenteraden zijn ze nauwelijks aanwezig. Hun organisaties, ouderenbonden en patiëntenorganisaties, hebben niet - zoals de vakbonden - de staking als machtsmiddel. Door deze zwakke positie kan de politiek zonder veel moeite de thuiszorg en andere sociale voorzieningen terugdringen, slechts mondjesmaat iets aan de koopkracht doen en de verpleeghuizen slechts minimaal uit de brand helpen. Bij dit alles worden die mensen hoofdzakelijk als kostenpost gezien, en kunnen anderen de vergrijzing als een ramp voorstellen. Dit grenst aan machtsmisbruik.
Het tweede domein betreft de marktwerking. Mensen staan al vanaf hun 45e zwak op de arbeidsmarkt, zeker als ze chronisch ziek of gehandicapt zijn. Net zo min als ouderen bevinden zij zich in de arena van marktpartijen, dus van bedrijven en diensten. Arbeiders organiseerden zich in vakbonden. Maar de positie van ouderen en zieken is een andere. Zo zijn ze niet vertegenwoordigd in de SER en zelden in besturen van pensioenfondsen. Voorts moeten velen rondkomen van heel weinig. Nu er in veel opzichten meer marktwerking is, is de positie van de zwakkeren steeds slechter. Het spel om macht, om geld is de samenleving weer meer gaan domineren. Het enige tegenwicht moet komen van de zorgzaamheid. In de politiek leidde dat vroeger tot sociale verzekeringen en hulpverlening. Maar de laatste tijd komt de zorgzaamheid in de politiek door het macht- en marktdenken ernstig in de verdrukking.
- Auteur is emeritus-hoogleraar sociologie van de Universiteit Twente















