HAARLEM (ANP) - Geen brandoefeningen, onduidelijke instructies en verschillende interpretaties over wat zou moeten gebeuren als gedetineerden moesten worden geëvacueerd. Dat is het beeld dat naar voren komt tijdens de voorlopige getuigenverhoren rond de Schipholbrand in oktober vorig jaar.
Door de brand kwamen elf mensen om het leven. Voor de rechtbank in Haarlem werden woensdag twee bewaarders gehoord, de 31-jarige Antoinette S., die in dienst was bij beveiligingsbedrijf Securicor en de 25-jarige Bas de M., werkzaam voor het ministerie van Justitie. In hun tijd in het cellencomplex op Schiphol-Oost, twee en drie jaar lang, hebben zij nooit een brandoefening meegemaakt.
De brand brak in de nacht van 26 op 27 oktober uit in cel 11 op de K-vleugel. In dat blok mochten de gedetineerden roken. De M. vertelde dat hij bij de invoering van het rookbeleid met zijn collega's heeft gesproken over de noodzaak van een brandoefening. Verdere actie heeft hij niet ondernomen. De brand brak rond middernacht uit, een tijdstip waarop er geen bewaking meer was in vleugel K. Dat was in het verleden wel het geval.
Ook vertelde De M. dat hij nooit een opfriscursus heeft gehad van zijn opleiding bedrijfshulpverlening (BHV). Dat had officieel wel gemoeten na een jaar diensttijd. Overigens heeft hij twee weken na de brand wel een herhalingscursus gehad. Of er een calamiteitenplan was, weet hij niet. Volgens S. zat dat in de computer.
Ook over het evacueren van gedetineerden werd onder het personeel verschillend gedacht, zo blijkt tijdens de getuigenverhoren. Beide bewaarders vertelden woensdag dat de gedetineerden 'diagonaal' geëvacueerd moesten worden. Dat wil zeggen dat de bewoners van vleugel K. naar vleugel A. gebracht hadden moeten worden, die ligt schuin tegenover K. Ze werden echter naar unit J. gebracht, deze ligt in het verlengde van K.
De rechtbank gaat donderdag verder met het horen van twee andere bewaarders die in die fatale nacht in het cellencomplex op Schiphol-Oost werkzaam waren.













