Terugkijkend meent het kabinet dat ,,het beter was geweest wanneer de communicatie met de Kamer meer inzicht had geboden in enerzijds de beschikbare informatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en van de wapeninspecteurs en anderzijds in de vertaling daarvan''.
De Amerikanen vroegen Nederland in de maanden voor de inval ook om aanvullende bijdragen. Het kabinet vindt nog steeds dat er ,,geen rechtsplicht'' bestond om dat aan de Kamer te melden, maar het had wel ,,van wijsheid getuigd'' als het wel vertrouwelijk aan de Kamer was gemeld.














